De tegemoetkoming in verhuiskosten kan slechts bestaan uit:
Naar keuze een bedrag voor de kosten van transport van de bagage en van de inboedel van de betrokkene en zijn gezinsleden naar de nieuwe woning, waaronder begrepen de kosten van het in- en uitpakken van breekbare zaken, dan wel een bedrag van € 1000,-;
Een bedrag voor dubbele woonkosten, gelijk aan de noodzakelijk te maken kosten, met dien verstande dat de tegemoetkoming maximaal € 300,-,-- per maand bedraagt en over een termijn van maximaal twee maanden wordt verleend;
Een bedrag voor alle andere direct uit de verhuizing voortvloeiende kosten.
Indien de betrokkene op de dag van de verhuizing een eigen huishouding voert, wordt het bedrag bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, voor zover bij of krachtens dit artikel niet anders is bepaald, gesteld op een tegemoetkoming van 3% van de berekeningsbasis voor ieder woon- of slaapvertrek, tot een maximum van vier van deze vertrekken, die de achtergelaten woning telt, met dien verstande dat het bedrag niet hoger mag zijn dan de maximale vergoeding die belastingvrij mag worden toegekend.
Indien het betreft een verhuizing van een gezin, waarin de echtgenoten, geregistreerde partners beiden betrokkene zijn in de zin van dit hoofdstuk en afzonderlijk opdracht hebben om te verhuizen of in verband met hun beider indiensttreding naar Breda zijn verhuisd, wordt de tegemoetkoming berekend over de gezamenlijke berekeningsbasis.
Indien de betrokkene geen eigen huishouding voert, wordt geen tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid, onder c, verleend. Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan voor deze kosten niettemin een tegemoetkoming worden verleend van 3% van de berekeningsbasis.
Hoofdstuk
Artikel 18:1:0:5