Er is een centrale klachtencommissie.
De klachtencommissie bestaat uit ten minste drie leden en voor een meerderheid uit vrouwelijke leden.
De voorzitter van de commissie wordt door het college in deze functie benoemd. In overleg met de overige leden van de klachtencommissie bepaalt de voorzitter wie, bij zijn afwezigheid, hem zal vervangen.
De klachtencommissie heeft ten minste één plaatsvervangend lid.
In de commissie is juridische en psychologisch/medische deskundigheid aanwezig alsmede kennis met betrekking tot de organisatie van de burgerlijke openbare dienst.
Voor zover nodig worden de leden en de plaatsvervangend leden van de klachtencommissie in de gelegenheid gesteld specifieke kennis, die voor een goede vervulling van de functie vereist is, op te doen.
Personen, werkzaam bij een directie van de gemeente Breda - al dan niet op grond van een aanstelling - of aldaar scholing of training volgen, alsmede personen die vanwege een politieke functie in de gemeente Breda een verbondenheid hebben met het ambtelijk apparaat, kunnen geen lid of plaatsvervangend lid zijn van de klachtencommissie.
De klachtencommissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris die door het college wordt benoemd.
De leden van de klachtencommissie worden door het college benoemd
De benoeming van de voorzitter, de leden en de ambtelijk secretaris van de klachtencommissie vindt plaats op voordracht van SB/ABB/P&O.
De voorzitter, de leden en de ambtelijk secretaris van de klachtencommissie worden ontslagen door het college.
De klachtencommissie komt ten minste eenmaal per jaar bijeen of zoveel vaker als de behandeling van ingediende klachten dit verlangt.
Het college stelt de klachtencommissie in de gelegenheid haar taken naar behoren te vervullen.
De voorzitter, de leden en de ambtelijk secretaris van de klachtencommissie zijn verplicht tot geheimhouding aangaande alle zaken die betrekking hebben op ingediende klachten ter zake van grensoverschrijdend gedrag.
De voorzitter, de leden en de ambtelijk secretaris van de klachtencommissie mogen niet betrokken zijn geweest bij een geval van grensoverschrijdend gedrag waarover een klacht is ingediend bij de commissie. Is zulks wel het geval, dan neemt een plaatsvervanger tijdelijk de behandeling van de klacht de functie van betrokkene over.
Hoofdstuk
Artikel 15:3:0:5