Naar hoofdinhoud
Docenten met een taakomvang van minder dan 17 klokuren komen in aanmerking voor een tegemoetkoming indien de te reizen afstand tussen de woning en de plaats van tewerkstelling meer dan 10 km bedraagt. Docenten die van voor 1 januari 1994 in dienst zijn en meer dan 17 uur werken blijven (conform de oude regeling) aanspraak houden op vergoeding van de reiskosten. Als afstand voor de te vergoeden reiskosten wordt uitgegaan van de afstand woning-werk op het moment van indiensttreding, tenzij zij gedurende het dienstverband dichter bij Breda komen werken. Docenten die verhuizen naar een locatie verder weg van Breda ontvangen geen vergoeding voor de grotere reisafstand Medewerkers krijgen een vergoeding voor reiskosten van € 0,14 per kilometer. De vergoeding vindt plaats op basis van de werkelijke kilometers, via de werkelijke (rechtstreekse) reisroute met de auto De vergoeding wordt maandelijks bij voorschot verstrekt. Het voorschot wordt uitbetaald in de maanden oktober tot en met juli. Het voorschot is gebaseerd op het aantal werkdagen in de week en het aantal te werken weken in het schooljaar Voor het bepalen van het voorschot zal de medewerker gevraagd worden een formulier in te vullen c.q. te ondertekenen waaruit het vaste rooster en de kilometers enkele reis blijkt. Op basis van de reguliere registratie van de ziektedagen zal na twee keer per jaar (in principe per 31 december en per 30 juni) een nacalculatie en naverrekening plaatsvinden. Een docent kan de reiskosten voor extra activiteiten declareren via afzonderlijke formulieren. De opgave van deze extra reizen dient maandelijks te gebeuren. De opgave wordt uiterlijk vóór de 20e dag van de volgende maand ingediend. De extra reizen worden bij de nacalculatie en naverrekening betrokken. Medewerkers die reizen met het openbaar vervoer krijgen de werkelijke reiskosten vergoed op basis van het openbaar vervoer indien het openbaar vervoer meer kost dan € 0,14 per kilometer (volgens een rechtstreekse reisroute met de auto). De medewerkers dienen daarbij zo goedkoop mogelijk het openbaar vervoer ‘in te kopen’. Het overleggen van de nota’s vindt maandelijks plaats onder overlegging van de reisdocumenten. De nota’s dienen overeenkomstig de Car-Buwo binnen 3 maanden na de kalendermaand ingediend te worden. Voor de declaratie zijn standaardformulieren te gebruiken. In bijzondere omstandigheden kan gemotiveerd afweken worden van deze regeling. De motivering wordt schriftelijk vastgelegd bij de declaratie.

Rechtspraak bij dit artikel