**1..** Een bevel kan gegeven worden in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid. De politiefunctionaris die krachtens mandaat het bevel geeft dient in het bevel eenduidig aan te geven op grond waarvan de ontzegging wordt opgelegd. Er moet omschreven worden door welke belangen door welke gedragingen worden geschaad.
**2..** De overtreding(en) moet betrekking hebben op een of meer van de onder Artikel 3 genoemde wettelijke bepalingen.
**3..** De geadresseerde dient te worden gehoord omtrent zijn belang aangaande de aanwezigheid in het aangewezen gebied. Zijn verklaring wordt schriftelijk vastgelegd.
**4..** Indien de geadresseerde in het aangewezen gebied zijn woning heeft, zijn werk heeft of zijn beroep uitoefent, of hulpverlenende instanties bezoekt, wordt de kortste route aangewezen, langs welke de geadresseerde het gebied dient te betreden dan wel verlaten.
**5..** Een gebiedsontzegging is niet van toepassing op personen die zich binnen het aangewezen gebied bevinden in een openbaar middel van vervoer.
**6..** In de bekendmaking van de gebiedsontzegging wordt duidelijk aangegeven voor welk tijdvak het verbod geldt.
Artikel 2
Voorwaarden individuele gebiedsontzeggingen
Onderdeel van Mandaat, beleidsregels en werkwijze voor gebiedsontzegging ex artikel 2:54 Algemeen Plaatselijke Verordening