Wanneer de belanghebbende 36 maanden of langer voorafgaande aan de peildatum heeft geleefd van een uitkering op grind van de Wet werk en bijstand of de Participatiewet, hoeft hij geen bewijsstukken aan te leveren. Het inkomen kan worden vastgesteld op grond van de gegevens van de belanghebbende die aanwezig zijn bij de gemeente.
In andere gevallen moet het inkomen van de belanghebbende gedurende de gehele referteperiode worden vastgesteld op de wijze die geldt voor algemene bijstand. De bepalingen daarvoor die zijn vastgelegd in de Participatiewet en de beleidsregels bijzonder bijstand zijn voor het recht op de individuele inkomenstoeslag van overeenkomstige toepassing
Hierop is de volgende uitzondering mogelijk: Wanneer aan de belanghebbende in de voorgaande jaren een individuele inkomenstoeslag of langdurigheidstoeslag is toegekend, hoeft de belanghebbende alleen bewijsstukken van inkomsten en vermogen aan te leveren van het jaar voorafgaande aan de peildatum.
hem of haar geldende inkomensgrens (artikel 6 van de verordening).
Artikel 4.
Vaststelling hoogte inkomen
Onderdeel van Beleidsregels individuele inkomenstoeslag 2015 en volgende jaren