Inleiding. Kosten verbonden aan het inrichten van een woning vallen onder de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan en komen in de regel niet in aanmerking voor bijstand. Deze dient de inwoner te bekostigen door reservering dan wel gespreide betaling achteraf. Wordt er bijstand verstrekt voor woninginrichting dan dienen de duurzame gebruiksgoederen te worden verstrekt in de vorm van een leenbijstand.
Geen recht op bijstand voor woninginrichting. Inwoners die voor het eerst zelfstandig woonruimte betrekken hebben geen recht op (leen)bijstand voor woninginrichting. Dit geldt niet voor inwoners die in het kader van de taakstelling huisvesting statushouders een woning betrekken.
Recht op bijstand voor woninginrichting Indien belanghebbende door bijzondere omstandigheden niet heeft kunnen reserveren of niet kan betalen door middel van gespreide betaling achteraf, kan leenbijstand worden verleend. Hierbij geldt dat de Stadsbank niet als een voorliggende voorziening geldt wanneer de aanvrager langer dan 3 jaar een inkomen geniet dat niet hoger is dan 110% van de voor hem geldende bijstandnorm.
Aan het verstrekken van leenbijstand zijn de volgende voorwaarden verbonden:
de noodzaak wordt individueel beoordeeld en getoetst
per huishouden wordt éénmalig tot een maximum bedrag leenbijstand verstrekt, hiertoe behoort ook de bijstand die door een andere gemeente is verstrekt
de bedragen voor woninginrichting zijn gebaseerd op de meest recente versie van de prijzengids van het NIBUD en zijn aan een maximum gebonden
De verstrekking
De kosten van verf en behang worden tot de inrichtingskosten gerekend.
De bedragen voor de overige woninginrichting zijn gebaseerd op de prijzengids van het NIBUD en zijn aan een maximum gebonden.
Bij een complete woninginrichting wordt in afwijking van de meest recente Nibud–prijzengids uitgegaan van 50% van de waarde van het door Nibud vastgestelde inventarispakket, omdat de belanghebbende geacht kan worden sommige goederen tweedehands aan te kunnen schaffen.
Controle. Of de aanvrager het betreffende bedrag daadwerkelijk besteedt aan de voor de inrichting noodzakelijke kosten dient geverifieerd te worden aan de hand van nota’s. Bij een volledige inrichting gaan we ervan uit dat gebruikte goederen worden aangeschaft. In dat geval behoeft geen aankoopnota te worden overgelegd, maar kan worden volstaan met een overzicht van gekochte goederen.
Voorschotten. Om de woninginrichting te kunnen betalen, kan de bijstand in de vorm van voorschotten worden verstrekt.
Hoofdstuk 5
Artikel 32
Woninginrichting:
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid in 2015 en volgende jaren