De uitkomst van de berekening in artikel 2 geeft de omvang van het bedrag dat op het totaal van de subsidieaanspraken zal worden verminderd. De subsidieaanspraak van elke aanspraakmakende partij wordt verminderd naar rato van de omvang van ieders subsidieaanspraak totdat het bedrag van het subsidieplafond is bereikt.
Voorbeeld:
In de gemeentebegroting is bedrag D opgenomen. Dit is het subsidieplafond. Partij A heeft een subsidieaanspraak van A en partij B van B. De totale subsidieaanspraak is A + B = C. De grondslag voor de berekening van de subsidievermindering is C – D = Q.
De subsidieaanspraak van partij A wordt berekend met de formule: A – A/CxQ.
De subsidieaanspraak van partij B wordt berekend met de formule: B – B/CxQ.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Beleidsregel Toepassing subsidieplafond bij voorschoolse voorzieningen