Voor de volgende taken is in de Jeugdwet een grondslag opgenomen voor verwerking van persoonsgegevens:
De toeleidingstaak;
Jeugdhulpplicht;
Het doen van een verzoek tot onderzoek aan de raad voor de kinderbescherming;
Het (laten) uitvoeren van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering;
De financiering van jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering.
Toestemming voor jeugdhulpverlening en dossiervoering
Jeugdhulp wordt, met inachtneming van een in de wet vastgelegde informatieplicht, verleend met toestemming van betrokkene, tenzij het hulp betreft in het gedwongen kader (met name hulp in het kader van kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering die door de rechter zijn opgelegd).
Er zijn twee uitzonderingen hierop:
Voor kinderen met een leeftijd tussen twaalf en zestien jaar: toestemming van ouders met gezag of voogd is dan ook vereist, tenzij betrokkene bij weigering van de toestemming de hulp weloverwogen blijft wensen of indien die hulp kennelijk nodig is om ernstig nadeel voor betrokkene te voorkomen.
Voor personen van zestien jaar en ouder die niet in staat kunnen worden geacht tot een redelijke waardering van hun belangen ter zake: dan dienen de jeugdhulpverlener en de curator of mentor uit te gaan van een weigering als dit blijkt uit de kennelijk opvatting van betrokkene op basis van eerdere uitingen toen betrokkene nog wel in staat was tot een redelijke waardering van belangen. De jeugdhulpverlener kan hiervan echter afwijken als hij daartoe gegronde redenen aanwezig acht.
Plicht van jeugdhulpverlener om voor de hulp aan betrokkene een dossier in te richten en bij te houden. Hieraan dient hij desgevraagd een door betrokkene afgegeven verklaring toe te voegen. Er geldt een bewaartermijn van ten minste 15 jaar. Verder dient dossier (of delen daarvan) op verzoek van betrokkene binnen drie maanden vernietigd te worden, tenzij aannemelijk is dat bewaring van aanmerkelijk belang is voor een ander of een wettelijke regeling zich hiertegen verzet.
De jeugdhulpverlener dient ervoor zorg te dragen dat hij geen informatie over betrokkene (of inzage in of afschrift van het dossier) aan anderen dan de patiënt verstrekt dan met zijn toestemming; onder deze anderen zijn niet begrepen:
rechtstreeks bij de hulpverlening betrokkenen en degene die de jeugdhulpverlener vervangen, voor zover dit noodzakelijk is voor de taakuitoefening;
de curator of mentor van betrokkene.
Verstrekking geschiedt slechts voor zover daardoor de persoonlijke levenssfeer van de ander niet wordt geschaad.
De verstrekking kan ook opgelegd zijn bij of krachtens de wet, in welk geval er geen beperkingen gelden.
Verder kan de jeugdhulpverlener altijd besluiten niet te verstrekken in de gevallen dat hij dit in strijd acht met goed hulpverlenerschap.
Alle hierboven genoemde verplichtingen gelden jegens ouders die het gezag over betrokken uitoefenen of diens voogd indien betrokkene nog geen twaalf jaar oud is. Datzelfde geldt in de gevallen dat betrokkene ouder is dan twaalf jaar maar niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, tenzij betrokkene meerderjarig is en er een mentor of curator is benoemd jegens wie de verplichtingen gelden. Is er geen mentor of curator, dan is de volgorde: schriftelijk gemachtigde, echtgenoot/geregistreerde partner/levensgezel (tenzij deze dat niet wenst), ouder, kind, broer of zus (tenzij deze dat niet wenst).
De verplichtingen zijn echter niet van toepassing als deze niet verenigbaar zijn met zorg van een goed hulpverlener. Ook geldt dat de vertegenwoordiger zijn taak goed dient te vervullen en betrokkene zoveel mogelijk hierbij betrekt. Mocht die zich verzetten, dan kan een verrichting van ingrijpende aard waarvoor geen toestemming is verleend slechts worden uitgevoerd indien zij kennelijk nodig is om ernstig nadeel voor betrokkene te voorkomen.
Gebruik Burgerservicenummer
De gecertificeerde instelling, de jeugdhulpaanbieder, de raad voor de kinderbescherming en het college dienen bij hun taakuitoefening gebruik te maken van het Burgerservicenummer van betrokkene, uitgezonderd uitwisseling van gegevens in het kader van de jeugdreclassering ten behoeve van het strafrecht en uitgezonderd situaties waar afwijking van deze regel noodzakelijk is in verband met spoedeisende gevallen.
Om als gemeente conform de wettelijke eisen te zorgen voor de uitvoering van reclassering en jeugdhulp in dat kader, is geregeld dat de Minister van Justitie en Veiligheid aan een door het college aangewezen ambtenaar of aan een door het college aangewezen en onder zijn verantwoordelijkheid werkzame functionaris het Burgerservicenummer kan verstrekken van een jeugdige ten aanzien ten aanzien van wie dat bepaald is in een strafrechtelijke beslissing.
4 › 4.3
Artikel Jeugdwet
Artikel Jeugdwet
Onderdeel van Kadernotitie gegevensverwerking en privacy in de 3 decentralisaties 2016-2018