Naar hoofdinhoud

Artikel III

Regels omtrent de plaats en wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit inzamelmiddel (artt. 4 en 10 Afvalstoffenverordening), incl. 1e wijziging

1.. Inzamelmiddelen dienen met gesloten deksel, met de handgrepen naar de openbare weg (rijweg) op de aangegeven aanbiedplaats aangeboden te worden. 2.. Het gewicht van een inzamelmiddel mag niet meer zijn dan 80 kilo. 3.. Na het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in inzamelvoorzieningen dient de klep van de inwerpopening gesloten te worden. 4.. De regels voor het gebruik van de ondergrondse inzamelvoorzieningen voor huishoudelijk restafval staan vermeld op de handleiding die de inzameldienst, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, Afvalstoffenverordening 2010, verstrekt bij uitgifte van de toegangspas. Deze handleiding is ook verkrijgbaar via de klantenservice en de internetsite van genoemde inzameldienst. 5.. Het is verboden afval naast inzamelmiddelen of -voorzieningen te plaatsen. 6.. Wanneer inzamelmiddelen vol zijn, dient het afval bewaard te worden totdat de voorziening leeg is of kan het afval tijdens de openingsuren ter inzameling aangeboden worden op het afvalbrengstation aan de Willem Dreeslaan. 7.. Wanneer inzamelvoorzieningen vol zijn, dient het afval bewaard te worden totdat de voorziening leeg is danwel kan gebruik gemaakt worden van de eerst volgende inzamelvoorziening voor de betreffende afvalstroom danwel kan het afval tijdens de openingsuren ter inzameling aangeboden worden op het afvalbrengstation aan de Willem Dreeslaan. 8.. Inpandige inzamelvoorzieningen worden door de inzameldienst, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, Afvalstoffenverordening 2010, uit de inpandige ruimte gehaald. Hiertoe beschikt de inzameldienst over een universele sleutel. De inzamelvoorzieningen moeten bereikbaar zijn voor de medewerkers van de inzameldienst, dit betekent dat de inpandige ruimtes alleen gebruikt mogen worden voor het aanbieden van afval in de inzamelvoorzieningen. 9.. Kunststofverpakkingen, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, sub e Afvalstoffenverordening 2010, die ter inzameling aangeboden worden in plastic zakken dienen op de aangegeven aanbiedplaats ter inzameling aangeboden te worden. 10.. Grof huishoudelijk afval, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, sub l Afvalstoffenverordening 2010, dient op de met de inzameldienst, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, Afvalstoffenverordening 2010, afgesproken plek aangeboden te worden. Dit afval moet zoveel mogelijk in één of meer bundels samengedrukt en -gebonden worden aangeboden waarbij de bundel niet langer mag zijn dan 1,5 meter, niet breder dan 0,5 meter, geen grotere inhoud hebben dan 1 m3 en niet zwaarder wegen dan 25 kilo, behoudens meubilair (tafels, banken, kasten, bedden). 11.. Grof tuinafval, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, sub j Afvalstoffenverordening 2010, dient op de met de inzameldienst, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, Afvalstoffenverordening 2010, afgesproken plek aangeboden te worden. Dit afval moet zoveel mogelijk gebundeld worden aangeboden. De maximale lengte van grof tuinafval bedraagt 1,5 meter, geen grotere inhoud hebben dan 1 m3 en niet zwaarder dan 15 kilo. 12.. Elektronisch en elektronische apparatuur, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, sub g Afvalstoffenverordening 2010, dient op de met de inzameldienst, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, Afvalstoffenverordening 2010, afgesproken plek aangeboden te worden. Wit- en bruingoed, van koel- en vriesapparatuur mogen de leidingen van het koelsysteem niet worden beschadigd en mag de koelvloeistof niet tevoren worden afgetapt. De apparatuur dient leeg en schoon te worden aangeboden. 13.. Bij het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op het afvalbrengstation geldt dat gebruikers van percelen zich moeten legitimeren aan de hand van een rijbewijs of en ander geldig legitimatiebewijs en woonachtig in de gemeente Papendrecht moeten zijn. 14.. De huishoudelijke afvalstoffen die ter inzameling op het afvalbrengstation worden aangeboden, dienen door gebruikers van percelen zelf gescheiden in de daarvoor bestemde voorzieningen te worden gedeponeerd. 15.. Per keer mag op het afvalbrengstation maximaal één kubieke meter bouw- en sloopafval en puin, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, sub h en q Afvalstoffenverordening 2010, worden aangeboden. 16.. Autobanden, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, sub p Afvalstoffenverordening 2010, mogen gratis ter inzameling worden aangeboden indien de velgen van de autobanden zijn verwijderd. Autobanden met velgen mogen uitsluitend tegen betaling op het afvalbrengstation aangeboden worden. Het tarief voor autobanden met velg wordt jaarlijks vastgesteld in de “Tarievenverordening Reinigingsrechten”. 17.. Asbest en asbesthoudend afval, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, sub k Afvalstoffenverordening 2010, dient bij het ter inzameling aanbieden op het afvalbrengstation verpakt te zijn in doorzichtig plastic. Deze asbestverpakkingen zijn tegen betaling te verkrijgen op het afvalbrengstation. Het tarief voor het plastic wordt jaarlijks vastgesteld in de “Tarievenverordening Reinigingsrechten”. 18.. Vloeibare onderdelen van de afvalstof klein chemisch afval, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, sub b Afvalstoffenverordening 2010 moeten bij het ter inzameling aanbieden op het afvalbrengstation verpakt zijn in de originele verpakking dan wel in een gesloten verpakking voorzien van een stikker met daarop de ingesloten afvalstof vermeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel