Het is een ieder verboden in het gebied zoals bedoeld in artikel 1:
zich op, aan de openbare weg te gedragen met het kennelijke doel de openbare orde en veiligheid te verstoren, zich zodanig te gedragen dat redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daardoor de openbare orde kan worden verstoord of de veiligheid in gevaar kan worden gebracht;
vermommingen, zoals helmen, maskers, shawls, bivakmutsen of andere middelen voor handen te hebben, te dragen, of te gebruiken met het kennelijke doel om herkenning te bemoeilijken of zich onherkenbaar te maken;
racistische leuzen te uiten of andere uitingen van discriminerend gedrag ten toon te spreiden;
bij het gebruikmaken van geluidsapparatuur een hoger geluidsniveau dan 75 dB(A) te hanteren, gemeten op de dichtstbijzijnde gevel;
anderen op te roepen deel te nemen aan hinderlijk gedrag, samenscholing en /of ongeregeldheden;
op een openbare plaats alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.