Het besluit tot het opleggen van een verlaging
1.
Als de belanghebbende naar het oordeel van het
college de verplichtingen die de wet, de Ioaw, de
Ioaz en de Wet Suwi aan het recht op een uitkering
verbinden niet of onvoldoende nakomt , waaronder
begrepen het zich jegens het college zeer ernstig
misdragen, dan wel indien de belanghebbende naar het
oordeel van het college tekortschietend besef van
verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in
het bestaan, wordt overeenkomstig deze verordening
een verlaging opgelegd.
2.
In het besluit tot opleggen van een verlaging van de
uitkering als bedoeld in artikel 18 , tweede, vijfde
en zesde lid van de wet, de artikelen 20 en 38
,twaalfde lid van de Ioaw en de artikelen 20 en 38 ,
twaalfde lid van Ioaz worden in ieder geval vermeld:
a.de reden van de verlaging;
b.de duur van de verlaging;
c.het bedrag of percentage waarmee de uitkering
wordt verlaagd;
d.indien van toepassing, de reden om af te wijken
van een standaardverlaging;
e.dat de opgelegde maatregel is afgestemd op de
ernst van de gedraging , de mate van verwijtbaarheid
en de omstandigheden waarin de belanghebbende
verkeert.
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz gemeente Smallingerland 2015