Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Regeling ambtseed/belofte gemeente Drechterland

Het afleggen van de ambtseed (belofte) gebeurt als volgt: a. de burgemeester leest de eedsformule duidelijk voor; b. degene, die de ambtseed aflegt, moet vervolgens de twee voorste vingers van zijn rechterhand aaneengesloten opsteken en daarbij de woorden uitspreken: “Zo waarlijk helpe mij God almachtig”; c. degene, die de belofte aflegt, spreekt de woorden: “Dat beloof ik”. Het afleggen en afnemen van de ambtseed/belofte moet staande plaatsvinden. Indien het indiensttredende personeelslid zich verplicht acht de ambtseed/belofte op een andere wijze af te leggen, is afwijking van de voorgeschreven vorm toegestaan. De te beëdigen persoon is vrij in zijn keuze tussen ambtseed en belofte. Tevoren wordt hem naar zijn keuze gevraagd. Aan de ambtseed/belofte aflegging, die plaatsvindt in een speciaal daarvoor georganiseerde bijeenkomst, gaat een korte toespraak vooraf, waarin gewezen wordt op de bijzondere verantwoordelijkheid van de gemeente en waarin de bijzondere positie van het personeel van de gemeente en de waarde en inhoud van de ambtseed/belofte worden toegelicht.

Rechtspraak bij dit artikel