**1..** Burgemeester en wethouders staan onder bepaalde voorwaarden een extra woning op een perceel ten behoeve van mantelzorg toe overeenkomstig het bepaalde in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht juncto (bijlage II bij) het Besluit omgevingsrecht en deze beleidsregels. De volgende beleidsregels zijn van toepassing:
a. voor activiteiten ten behoeve van mantelzorg waarvoor geen omgevingsvergunning op basis van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° of 3°, van de Wabo is vereist:
artikel 1; artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a; artikel 3, derde lid tot en met art
ikel 7;
b. voor activiteiten ten behoeve van mantelzorg waarvoor een omgevingsvergunning op basis van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° of 3°, van de Wabo is vereist:
alle artikelen van deze beleidsregels met uitzondering van aanvragen waarvoor een procedure ex artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3° van de Wet algemene bepalingen omgevingswet (Wabo) geldt. Als deze procedure van toepassing is dan is alleen artikel 2, derde lid, van deze beleidsregels van toepassing, tenzij artikel 5 opgaat.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° van de Wet algemene bepalingen omgevingswet (Wabo), afwijken van het bestemmingsplan of de beheersverordening voor het realiseren van een mantelzorgwoning bij een woning, mits:
a. bij de woning nog geen (vergunningvrije) huisvesting in verband met mantelzorg aanwezig is;
b. het huishouden in de mantelzorgwoning uit maximaal twee personen bestaat, van wie tenminste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning;
c. de relatie tussen mantelzorgverlener en –ontvanger rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt en niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden en waarbij mantelzorg leidt tot zelfredzaamheid of participatie;
d. aangetoond kan worden dat sprake is van een behoefte aan intensieve zorg of ondersteuning, zoals bedoeld in de begripsbepaling van mantelzorg (artikel 1 van deze beleidsregels);
e. de aanvrager heeft aangetoond dat de mantelzorgwoning niet vergunningvrij kan worden gerealiseerd en dat dit door ambtelijk onderzoek is bevestigd;
f. de woning, waarbij de mantelzorgwoning is voorzien, niet is bestemd als:
- een recreatiewoning, behoudens de (recreatie)woningen in Bonhagen en Dennekamp;
- een bedrijfswoning op een militair terrein;
- een niet op de grond staande woning;
en er geen sprake is van een illegale woning of onbewoonbaar verklaarde woning;
g. er geen veiligheidsrisico’s zijn bij het realiseren van de mantelzorgwoning, onder andere binnen veiligheidszones (gevaarlijke) inrichtingen en bedrijven;
h. er geen sprake is van onevenredige aantasting van in het geding zijnde belangen, waaronder de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, het landschaps- en bebouwingsbeeld, de milieusituatie, het uitzicht van woningen en de verkeersveiligheid;
i. de mantelzorgwoning van een tijdelijke constructie is en dus in zijn geheel of in delen verplaatsbaar is;
j. de mantelzorgwoning zodanig wordt gesitueerd dat deze een ruimtelijke eenheid vormt met de woning waarbij de mantelzorgwoning wordt gerealiseerd. De afstand van de verst liggende gevel van een mantelzorgwoning tot het hoofdgebouw bedraagt maximaal 25 m;
k. de oppervlakte van de mantelzorgwoning maximaal 80 m² bedraagt en de bouwhoogte maximaal 5 m bedraagt;
l. de afstand van de mantelzorgwoning tot de perceelgrens minimaal 1 meter bedraagt;
m. in alle gevallen gebruik wordt gemaakt van één en dezelfde uitrit voor de woning en tijdelijke woning in verband met mantelzorg;
n. de bereikbaarheid voor (aanleg van) algemene voorzieningen en nutsvoorzieningen en voor ambulance, brandweer en dergelijke gewaarborgd blijven.
**3..** Burgemeester en wethouders kunnen met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3° van de Wet algemene bepalingen omgevingswet (Wabo), afwijken van het bestemmingsplan of de beheersverordening voor het realiseren van een mantelzorgwoning bij een woning maar zullen van deze mogelijkheid geen gebruik maken, tenzij bijzondere feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven zoals is bepaald in artikel 5 van deze beleidsregels.
Hoofdstuk 3.
Artikel 2
Toetsings- en beoordelingscriteria
Onderdeel van Beleidsregels huisvesting ten behoeve van mantelzorg gemeente Noordenveld