Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4

Controle en handhaving

Onderdeel van Beleidsregels huisvesting ten behoeve van mantelzorg gemeente Noordenveld

1.. Om inzicht te krijgen hoeveel woningen ten behoeve van mantelzorg in de gemeente gerealiseerd worden, wordt een ieder die zich bij de gemeente inschrijft en in een mantelzorgwoning gaat wonen verplicht om dat gelijktijdig bij de inschrijving te melden. Door middel van een huisnummerbesluit krijgt de woning ten behoeve van mantelzorg het huisnummer van de woning waar de mantelzorgeenheid aan wordt toegevoegd met daarnaast de toevoeging ‘M’. 2.. Een woning ten behoeve van mantelzorg geldt voor de duur van de mantelzorgbehoefte overeenkomstig de daarvoor gestelde voorwaarden. Ieder jaar zal gecontroleerd moeten worden of nog overeenkomstig wet- en regelgeving wordt gehandeld. De controle zal plaatsvinden door de vakgroep Handhaving in samenwerking met de vakgroep Burgerzaken en de Noordenveldwerkers. Deze controle zal op een zo min mogelijk belastende wijze voor de mantelzorgverlener en mantelzorgvrager plaatsvinden. Er zal onder andere gebruik gemaakt worden de Basis Registratie Personen (BRP), de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), de verleende (omgevings)vergunningen en informatie die bij de Noordenveldwerkers bekend is. Indien nodig kan op basis van een huisbezoek gecontroleerd worden of aan de bindende voorwaarden voor realisatie en ingebruikneming van een mantelzorgwoning wordt/is voldaan. Op basis daarvan wordt voorkomen dat een mantelzorgwoning voor andere doeleinden wordt gebruikt dan waarvoor het bestaan van een mantelzorgwoning gerechtvaardigd is. Bij andere doeleinden kan worden gedacht aan verhuur van de ‘voormalige’ mantelzorgwoning ten behoeve van reguliere bewoning of recreatieve doeleinden. 3.. Als de mantelzorgrelatie tussen de mantelzorgverlener en mantelzorgvrager wordt of is beëindigd worden burgemeester en wethouders daarover door de mantelzorgverlener schriftelijk geïnformeerd uiterlijk binnen vier weken na beëindiging van de mantelzorgrelatie. Door de schriftelijke mededeling weten burgemeester en wethouders dat de situatie op het perceel is veranderd en de situatie op het perceel in ieder geval qua gebruik en in sommige gevallen ook qua bouwen weer in overeenstemming met de bepalingen van het vigerende bestemmingsplan moeten worden gebracht. 4.. Voor mantelzorgwoningen, die al dan niet tijdelijk, al dan niet in een bestaand gebouw, al dan niet vergunningsvrij zijn opgericht en in gebruik zijn genomen, geldt dat binnen een termijn van 12 weken nadat de mantelzorgrelatie is beëindigd de situatie weer in overeenstemming moet worden gebracht met de bepalingen van het vigerende bestemmingsplan of moeten zijn verwijderd. In de meeste gevallen houdt dat in dat aanwezige voorzieningen die het bijbehorende bouwwerk voor bewoning geschikt maakten moeten zijn verwijderd en geen bewoning meer in het betreffende bouwwerk mag plaatsvinden. 5.. De huishoudensomvang in de mantelzorgwoning bedraagt maximaal 2 personen, waarvan ten minste één persoon mantelzorg verleent of ontvangt van een bewoner van de woning. De situatie kan zich voordoen dat van een tweepersoonshuishouden de persoon die mantelzorg ontvangt naar een tehuis (verzorging/verpleeg/hospice/anders) gaat of overlijdt. De mantelzorgsituatie is dan formeel beëindigd en er is geen juridische basis meer voor het instandhouding van de bewoningsituatie van de overgebleven persoon. In dergelijke situaties moet de achterblijvende partner, in het geval deze geen mantelzorgbehoefte heeft, de mantelzorgwoning verlaten en de situatie in de oorspronkelijke staat worden hersteld. In dergelijke situaties kunnen burgemeester en wethouders besluiten de bewoning door de achterblijver voor maximaal een jaar te laten voortduren om daarmee voldoende tijd te bieden voor het vinden van vervangende woonruimte.

Rechtspraak bij dit artikel