De beoordeling door het college of er al dan niet sprake is van 'zicht op inkomensverbetering' zal aan de hand van de individuele omstandigheden van het geval moeten plaatsvinden. Het college zal in ieder geval de individuele omstandigheden zoals genoemd in artikel 36 lid 2 Participatiewet moeten betrekken bij de beoordeling van het recht op een individuele inkomenstoeslag. Het betreft:
• de krachten en bekwaamheden van de persoon; en
• de inspanningen die de persoon heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen.
Artikel 5.
Beoordeling zicht op inkomensverbetering
Onderdeel van Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Sluis 2015