Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Afdeling 15

Artikel 2:78

Gebiedsontzeggingen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Sluis

1.. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan degene die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een verbod opleggen om zich gedurende 24 uur te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen, waar, of in de nabijheid waarvan, de gedragingen hebben plaatsgehad. 2.. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan degene aan wie eerder een verbod als bedoeld in het eerste lid is opgelegd en ten aanzie van wie wordt geconstateerd dat hij opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste 8 weken te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de gedragingen hebben plaatsgehad. 3.. Een verbod krachtens het tweede lid kan slechts worden opgelegd als de strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen binnen 6 maanden na het opleggen van een eerder verbod, opgelegd op grond van het eerste of tweede lid, zijn geconstateerd. 4.. Het verbod is niet van toepassing op personen, die in het aangewezen gebied: a.. zich bevinden in een middel van openbaar vervoer; b.. aldaar werkzaam zijn; c.. aldaar woonachtig zijn; d.. een aantoonbaar redelijk belang hebben om zich in dit gebied op te houden. 5.. Onverminderd het in het vierde lid bepaalde kan de burgemeester de in het eerste of tweede lid gestelde verboden beperken, als dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is. 6.. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod.

Rechtspraak bij dit artikel