Naar hoofdinhoud
1. Subsidieontvanger is verplicht zijn aanvraag tot subsidievaststelling uiterlijk op de in de verleningsbeschikking genoemde uiterste datum voor het indienen van bedoelde aanvraag in te dienen. 2. De aanvraag om vaststelling bevat ten minste: een inhoudelijk en financieel verslag; facturen en betaalbewijzen; 3. Bij een aanvraag tot subsidievaststelling wordt mededeling gedaan van alle aan het project gelieerde inkomsten, waaronder mede begrepen eventueel toegekende andere subsidies die op de gesubsidieerde activiteit of activiteiten betrekking hebben. 4. Bij de rekening en verantwoording, bedoeld in artikel 4:45, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, maakt de subsidieontvanger een onderverdeling naar de onderscheiden subsidiabele kosten. 5. Het inhoudelijk verslag bevat ten minste: een beschrijving van de activiteiten die in het kader van het project zijn verricht; een evaluatie van de mate waarin de activiteiten hebben bijgedragen aan de doelstellingen, omschreven in het projectplan dat onderdeel vormt van de beschikking tot subsidieverlening; de kennis en informatie die met het project zijn opgedaan, en de wijze waarop de kennis en informatie, bedoeld in onderdeel c, openbaar is of zal worden gemaakt, ingeval is bepaald dat openbaarmaking plaatsvindt. 6. Gedeputeerde Staten beslissen binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling. 7. Indien de aanvraag tot vaststelling tevens een verzoek om uitbetaling van de subsidie op basis van facturen en betaalbewijzen, gemaakte personeelskosten of geleverde inbreng in natura bevat, is artikel 1.24 van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel