Gedeputeerde Staten hanteren voor de rangschikking als bedoeld in artikel 1.15 ten minste de volgende criteria:
de mate waarin de investering bijdraagt aan één of meerdere van de in artikel 2.2.1, tweede lid, genoemde thema’s;
de mate waarin de investering bijdraagt aan één of meerdere beleidsdoelen.
de mate de investering bijdraagt aan innovatie en modernisering van het landbouwbedrijf of de landbouwsector;
de kosteneffectiviteit van de activiteit.
Gedeputeerde Staten kunnen tevens één of meerdere selectiecriteria vaststellen die betrekking hebben op:
de mate waarin de subsidie daadwerkelijk nodig is om de activiteit mogelijk te maken en de verwachte bijdrage van de activiteit aan grootschalige toepassing van de innovatie door landbouwers;
de kwaliteit van het projectplan.
Gedeputeerde Staten kunnen de criteria als bedoeld in de eerste twee leden nader uitwerken in een openstellingsbesluit.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 2.2.5