Naar hoofdinhoud
1. Gedeputeerde Staten hanteren voor de rangschikking als bedoeld in artikel 1.15 ten minste de volgende criteria: de kosteneffectiviteit; de mate waarin de activiteit bijdraagt aan één of meerdere beleidsdoelen. 2. Gedeputeerde Staten kunnen tevens één of meerdere selectiecriteria vaststellen die betrekking hebben op: de mate waarin de activiteit bijdraagt aan de doelen zoals vastgesteld in een of meer van de navolgende plannen van de waterschappen of de provincie: provinciaal plan als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening; provinciaal plan als bedoeld in artikel 4.4 van de Waterwet; beheerplan van de waterbeheerder als bedoeld in artikel 4.6 van de Waterwet; plan als bedoeld in artikel 19 van de Natuurbeschermingswet 1998; wateronderdelen van natuurbeheerplannen; de mate waarin de activiteit bijdraagt aan het verminderen van nutriëntenemissies of eutrofiëring; de mate waarin de activiteit bijdraagt aan de KRW doelen; de urgentie van de maatregelen om de doelen als bedoeld onder a tot en met c. te realiseren; de mate van samenwerking bij de uitvoering van de activiteit; de mate waarin onderhoud van de inrichtingsmaatregelen is gegarandeerd; het innovatieve karakter van de activiteit; de mate waarin de activiteit samenhangt met andere initiatieven die bijdragen aan verbetering van de biodiversiteit, natuur of landschap. 3. Gedeputeerde Staten kunnen de criteria als bedoeld in de eerste twee leden nader uitwerken in een openstellingsbesluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel