Naar hoofdinhoud
1. Subsidie wordt in ieder geval niet verstrekt voor de volgende kosten: kosten die niet aantoonbaar rechtstreeks aan de activiteit waarop de subsidie betrekking heeft zijn toe te rekenen; kosten die reeds uit andere hoofde zijn gesubsidieerd tot het op grond van Europese verordeningen toegestane maximale subsidiepercentage of -bedrag; kosten van rente, debetrente, bankdiensten, financieringen, gerechtelijke procedures, kosten van juridische advisering of bijstand ten behoeve van gerechtelijke procedures, boetes en sancties; vervangingsinvesteringen; legeskosten, tenzij deze kosten expliciet subsidiabel gesteld worden; reguliere investeringen in de onderneming van de subsidieontvanger; kosten voor de vervaardiging van producten die melk en zuivelproducten imiteren of vervangen; verrekenbare of compensabele BTW; kosten die naar het oordeel van Gedeputeerde Staten niet voldoen aan de vereisten van goed financieel beheer als bedoeld in artikel 30 van Verordening (EU) Nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012. 2. Indien de activiteit betrekking heeft op een investering in de landbouw wordt eveneens geen subsidie verstrekt voor de aankoop van: landbouwproductierechten, betalingsrechten; dieren; zaai- en pootgoed van eenjarige gewassen alsmede het planten daarvan.

Rechtspraak bij dit artikel