Het college neemt het verslag als uitgangspunt voor de beoordeling
van een aanvraag om een maatwerkvoorziening.
Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening:
ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of
participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt
deze beperkingen naar het oordeel van het college niet kan
verminderen of wegnemen.
op eigen kracht;
met gebruikelijke hulp;
met mantelzorg;
met hulp van andere personen uit zijn sociale
netwerk;
met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke
voorzieningen; of
met algemene voorzieningen.
De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in
artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van
een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of
participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan
blijven,
ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de
samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen
en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in
verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk
geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het
college niet kan verminderen of wegnemen
op eigen kracht;
met gebruikelijke hulp;
met mantelzorg;
met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk;
met gebruikmaking van algemene voorzieningen.
De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in
artikel 5 bedoelde onderzoek een passende bijdrage aan het realiseren van
een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of
participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan
blijven,ofeen passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte
van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een
situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zo zich snel mogelijk weer
op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
Voor alle maatwerkvoorzieningen geldt bovendien dat:
deze naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst
adequate voorziening wordt aangemerkt;
deze in overwegende mate op het individu zijn gericht.
Voor de maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid en
participatie geldt bovendien dat:
de noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs
onvermijdbaar moet zijn geweest;
deze voorziening langdurig noodzakelijk dient te zijn;
in het geval de voorziening voorzienbaar was, vast komt te
staan dat van de cliënt redelijkerwijs niet kon worden
verwacht, dat de cliënt maatregelen had getroffen die de
hulpvraag overbodig maakte.
Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een
eerder door het college verstrekte maatwerkvoorziening, wordt deze
slechts verstrekt als de eerder verstrekte maatwerkvoorziening
technisch is afgeschreven,
tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan
als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn
toe te rekenen;
tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de
veroorzaakte kosten, of
als de eerder verstrekte voorziening niet langer compensatie
biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke
ondersteuning.
Artikel 8.
Criteria voor een maatwerkvoorziening
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Beuningen 2015