Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7

Tarieftoepassing

Onderdeel van Verordening precariobelasting 2016

1.. Bij de toepassing van de tarieven: wordt de belasting berekend aan de hand van de in de tarieventabel behorende bij deze verordening vermelde tarieven; wordt de belasting in stadsdeel Centrum berekend aan de hand van de in de tabel onder B vermelde tarieven; vinden, in afwijking van het bepaalde onder b, met betrekking tot de belastbare feiten in stadsdeel Centrum in straten en gebieden in de tabel als A aangeduid, de daar vermelde tarieven toepassing, waarbij A de volgende straten en gebieden aanduidt: het gebied dat wordt omsloten door de Singelgracht, Lozingskanaal, Brug 78,  Nieuwe Vaart, Oosterdok, Oosterdoksdoorgang, het IJ, Zoutkeetsgracht en het Westerkanaal,  met inbegrip van de (water)wegen of delen daarvan; wordt de belasting in stadsdeel Zuid berekend aan de hand van de in de tabel onder D vermelde tarieven; vinden in afwijking van het bepaalde onder d. met betrekking tot de belastbare feiten in stadsdeel Zuid in straten en gebieden in de tabel als C aangeduid, de daar vermelde tarieven toepassing, waarbij C de volgende straten aanduidt: het gebied omsloten door en inclusief : de Ruysdael kade, de Roelof Hartstraat, de van Baerlestraat, de Vossiusstraat, de Stadhouderskade, de Amsteldijk en de Jozef Israelkade, met uitzondering van de adressen gelegen aan de Ferdinand Bolstraat, het Marie Heinekenplein, het Cornelis Troostplein en de Quellijnstraat tussen de F. Bolstraat en de Eerste van der Helststraat. Beethovenstraat (tussen Noorder en Zuider Amstelkanaal) Willemsparkweg Cornelis Schuytstraat Pieter Cornelisz. Hooftstraat; wordt de belasting in stadsdeel Zuidoost berekend aan de hand van de in de tabel onder F vermelde tarieven; vinden, in aanvulling op het bepaalde onder f, met betrekking tot de belastbare feiten in stadsdeel Zuidoost in straten en gebieden in de tabel als E aangeduid, de daar vermelde tarieven toepassing, waarbij E het Bijlmerplein aanduidt; wordt, voorzover van toepassing, voor de berekening van de belasting uitgegaan van de maten van het grootste buitenwerks gemeten vlak of bij niet‑rechthoekige vlakken van twee denkbeeldig langs de uitersten van het vlak getrokken lijnen, die loodrecht op elkaar staan; wordt, indien meer dan één voorwerp op gemeentegrond door eenzelfde belastingplichtige wordt gehouden of meer dan één gemeentebezitting wordt gebruikt en deze naar maatschappelijke opvattingen bij elkaar behoren, voor de berekening van de belasting de tussenliggende ruimte mede in aanmerking genomen. 2.. In geval van toepassing van jaar‑ of (winter)seizoentarieven worden aanslagen van € 10 of minder niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één aanslag.

Rechtspraak bij dit artikel