**1..** Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige of zijn ouders
op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling
van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk
moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een
beslissing aangaande een individuele voorziening.
**2..** Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing
aangaande een individuele voorziening herzien dan wel intrekken als het
college vaststelt dat:
de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens
hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige
gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele
voorziening of op het pgb zijn aangewezen;
de individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend is te
achten;
de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van
de individuele voorziening of het pgb, of
de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het pgb
niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is
bestemd.
**3..** Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als
blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend
voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft
plaatsgevonden.
**4..** Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a,
heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige
gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van degene
die opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel
of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten
individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb.
**5..** Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde
zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van pgb’s.
Artikel 14
Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Den Helder 2016