Het toekennen van een periodieke verhoging kan achterwege worden gelaten:
Gedurende de tijd dat een medewerker op zijn verzoek onbetaald verlof van 3 maanden of langer heeft genoten
Gedurende de tijd waarin de medewerker in de uitoefening van zijn functie is geschorst op grond van het bepaalde in hoofdstuk 8 van de CAR-UWO
Indien een medewerker 3 maanden of langer volledig arbeidsongeschikt is geweest
Indien een medewerker, blijkend uit een personeelsbeoordeling onvoldoende functioneert. In dit geval wordt tenminste één maal per 3 maanden opnieuw bezien in hoeverre er aanleiding is om deze situatie te bestendigen.
In de onder a, b en c genoemde situaties wordt het tijdstip van toekennen van een periodieke verhoging opgeschort met tenminste de duur van de afwezigheid.
Indien op basis van lid 1 van dit artikel een periodieke verhoging op een later tijdstip wordt toegekend, geldt dat tijdstip als nieuwe periodiekdatum en kan een volgende verhoging eerst 12 maanden na die nieuwe periodiekdatum worden toegekend.
Van een besluit tot toepassing van het eerste lid wordt de medewerker zo spoedig mogelijk, doch in elk geval vóór de datum waarop anders de salarisverhoging zou ingaan, schriftelijk in kennis gesteld.
Hoofdstuk
Artikel 4
– Niet toekennen periodieke verhoging (Artikel 3:4, lid 2 CAR-UWO)
Onderdeel van Regeling beloningsbeleid gemeente Oisterwijk 2016