Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4.

Artikel 18.

Schuldbemiddeling.

Onderdeel van Verordening schulddienstverlening gemeente Venray 2016

1.. Tot schuldbemiddeling kan worden besloten indien aflossing van de schulden van de aanvrager/schuldenaar mogelijk is zonder dat een krediet verstrekt hoeft te worden. Daartoe wordt de aflossingscapaciteit van de schuldenaar gedurende drie jaar berekend en wordt, op grond daarvan, een bemiddelingsvoorstel aan de schuldeisers gedaan al of niet tegen finale kwijting. 2.. Indien de totale schuldenlast gedurende de schuldbemiddelingsperiode niet afgelost kan worden, wordt slechts tot schuldbemiddeling besloten indien schuldeisers vooraf akkoord zijn gegaan met het bemiddelingsvoorstel tegen finale kwijting. 3.. Het college van burgemeester en wethouders reserveert de door de schuldenaaringebrachte aflossingscapaciteit. De schuldeisers ontvangen aan het eind van de periode van schuldbemiddeling en tussentijds, minimaal eenmaal per periode van twaalf maanden, een uitkering op basis van de door de schuldenaar ingebrachte middelen. 4.. Tenminste na 12 maanden, 24 maanden en aan het einde van de periode van schuldbemiddeling wordt de aflossingscapaciteit opnieuw berekend. Daarbij wordt rekening gehouden met wijzigingen in de inkomens- en vermogenspositie van de schuldenaar. Er wordt gecontroleerd of de schuldenaar in de verstreken periode zijn aflossingscapaciteit volledig heeft ingebracht en of de schuldenaar voldoende inspanningen verricht heeft om zijn inkomsten te vergroten. 5.. Het college is bevoegd een vergoeding voor de schuldbemiddeling ten laste te brengen van de door de schuldenaar, in het kader van een schuldregeling, gespaarde maximale afloscapaciteit zoals uit te keren aan de schuldeisers.

Rechtspraak bij dit artikel