1 Het college van iedere in de regeling deelnemende gemeente wijst twee leden uit de leden van het college aan.
2 Het college van iedere in de regeling deelnemende gemeente beslist in beginsel binnen één maand na de benoeming van de wethouders van elke zittingsperiode over de aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur.
3 De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden door het algemeen bestuur uit zijn midden gekozen.
4 De leden van het algemeen bestuur hebben, onverminderd het bepaalde in lid 6, zitting gedurende de zittingsperiode van de colleges van de in de regeling deelnemende gemeenten.
5 De leden van het algemeen bestuur treden af op de dag waarop de leden van het college van de deelnemende gemeenten aftreden. In dit geval blijft het aftredende bestuurslid zijn functie waarnemen tot het tijdstip, waarop de (nieuwe) colleges van de in de regeling deelnemende gemeenten de nieuwe leden hebben aangewezen.
6 Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt in elk van de volgende gevallen:
van rechtswege, zodra men tussentijds ophoudt lid te zijn van het college;
wegens onverenigbaarheid van betrekkingen. Als zodanig worden aangemerkt alle betrekkingen, welke in samenhang met het lidmaatschap van het algemeen bestuur aanleiding kunnen geven tot de aanwezigheid van een tegenstrijdig belang. Zodanig tegenstrijdig belang is in ieder geval aanwezig, indien sprake is van de volgende betrekkingen:
a dienstbetrekking tot één of meer van de in de regeling deelnemende gemeenten
b dienstbetrekking tot het openbaar lichaam
c dienstbetrekking - al dan niet als bestuurder - tot de in artikel 3 bedoelde vennootschap dan wel tot een dochtermaatschappij van deze vennootschap, als bedoeld in artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek
d positie van commissaris bij de in artikel 3 bedoelde vennootschap dan wel bij een dochtermaatschappij van deze vennootschap, als bedoeld in artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek
wegens vrijwillig terugtreden;
wegens de omstandigheid dat het college , die het bestuurslid heeft aangewezen, dit lid ontslag als zodanig verleent op de grond dat dit lid niet langer het vertrouwen van het college bezit.
7 In de in lid 6 genoemde gevallen zal een plaatsvervangend bestuurslid de functie van het aftredend bestuurslid waarnemen tot het tijdstip, waarop het college van de betreffende gemeente een nieuw lid heeft aangewezen.
8 De aanwijzing voor de vervulling van plaatsen die zijn opengevallen, vindt binnen twee maanden plaats door het college dat het aangaat.
Artikel 7
samenstelling algemeen bestuur
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Werkvoorzieningsschap Centraal Overijssel (SOWECO)