1.Er geldt geen eigen bijdrage:
**a..** voor rolstoelen;
**b..** voor de verhuiskostenvergoeding, die wordt verstrekt als een financiële tegemoetkoming;
**c..** voor personen tot 18 jaar met in achtneming van het bepaalde in artikel 14 lid 2 van de verordening;
**d..** Voor de kosten die het college maakt voor de collectieve vervoersvoorziening Regiotaxi;
**e..** Voor de in artikel 31A van deze verordening beschreven tegemoetkoming ten behoeve van meerkosten door chronische ziekte en/of beperking.
**2..** De bijdrage voor beschermd wonen(zorg in natura) , maatschappelijke opvang en vrouwenopvang wordt berekend en vastgesteld op het toegestane maximumbedrag conform het landelijke Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning 2015.
**3..** Voor de overige maatwerkvoorzieningen, persoonsgebonden budgetten en financiële tegemoetkomingen stelt het college de parameters op basis waarvan de berekening plaatsvindt als volgt vast:
de minimale eigen bijdrage wordt vastgesteld op 75% van het toepasbaar maximum bedrag uit het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015;
het startpunt van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage wordt vastgesteld op het toepasbaar bedrag uit het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015;
het percentage voor de berekening van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage wordt vastgesteld op 67% van het toepasbaar maximum percentage uit het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
**4..** De hoogte en duur van de eigen bijdrage wordt gemaximeerd door de kostprijs van de voorziening , het bedrag van het persoonsgebonden budget of de hoogte van de financiële tegemoetkoming.
Hoofdstuk 7.
Artikel 33:
berekening van de eigen bijdrage
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Maastricht 2015, versie 5