Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 33:

berekening van de eigen bijdrage

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Maastricht 2015, versie 5

1.Er geldt geen eigen bijdrage: a.. voor rolstoelen; b.. voor de verhuiskostenvergoeding, die wordt verstrekt als een financiële tegemoetkoming; c.. voor personen tot 18 jaar met in achtneming van het bepaalde in artikel 14 lid 2 van de verordening; d.. Voor de kosten die het college maakt voor de collectieve vervoersvoorziening Regiotaxi; e.. Voor de in artikel 31A van deze verordening beschreven tegemoetkoming ten behoeve van meerkosten door chronische ziekte en/of beperking. 2.. De bijdrage voor beschermd wonen(zorg in natura) , maatschappelijke opvang en vrouwenopvang wordt berekend en vastgesteld op het toegestane maximumbedrag conform het landelijke Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning 2015. 3.. Voor de overige maatwerkvoorzieningen, persoonsgebonden budgetten en financiële tegemoetkomingen stelt het college de parameters op basis waarvan de berekening plaatsvindt als volgt vast: de minimale eigen bijdrage wordt vastgesteld op 75% van het toepasbaar maximum bedrag uit het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015; het startpunt van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage wordt vastgesteld op het toepasbaar bedrag uit het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015; het percentage voor de berekening van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage wordt vastgesteld op 67% van het toepasbaar maximum percentage uit het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 4.. De hoogte en duur van de eigen bijdrage wordt gemaximeerd door de kostprijs van de voorziening , het bedrag van het persoonsgebonden budget of de hoogte van de financiële tegemoetkoming.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel