**1..** De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder
afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd
voor het door hen gevoerde bestuur.
**2..** Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die
voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te
voeren en gevoerde bestuur nodig is.
**3..** Zij geven – tezamen dan wel afzonderlijk – aan het algemeen bestuur,
wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt,
alle gevraagde inlichtingen.
**4..** Uitgezonderd de voorzitter kan een lid van het dagelijks bestuur
door het algemeen bestuur worden ontslagen, indien dit lid het
vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. In dit geval
zijn de artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige
toepassing.
**5..** Het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid is van
overeenkomstige toepassing op de voorzitter, voor het door hem
gevoerde bestuur.
HOOFDSTUK 8
Artikel 18
Het dagelijks bestuur en de voorzitter ten opzichte van het algemeen bestuur
Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING VEILIGHEIDSREGIO GELDERLAND-ZUID