Ter behartiging van de in artikel 4 genoemde belangen is de
veiligheidsregio belast met de uitvoering van de volgende taken en
beschikt zij - onverminderd het bepaalde in artikel 30 van de wet - over
de daarbij behorende bevoegdheden:
het in stand houden van een (regionale) brandweer;
het in stand houden van een bureau GHOR;
het in stand houden van een Regionale Ambulance Voorziening
(RAV);
het in stand houden van een gemeenschappelijke meldkamer;
het waarschuwen van de bevolking, het verkennen van gevaarlijke
stoffen en het verrichten van ontsmetting, het adviseren van
andere overheden en organisaties op het gebied van de
brandpreventie, brandbestrijding en het voorkomen, beperken en
bestrijden van ongevallen met gevaarlijke stoffen, zoals bedoeld
in artikel 25 van de Wet veiligheidsregio's;
het opstellen, vaststellen en uitvoeren van een beleidsplan,
gebaseerd op een risicoprofiel, en een crisisplan;
het daadwerkelijk verlenen of doen verlenen van ambulancezorg-
en vervoer;
het inventariseren van risico's van branden, rampen en
crises;
het adviseren van het bevoegd gezag over risico's van branden,
rampen en crises in de bij of krachtens de Wet
veiligheidsregio's aangewezen gevallen alsmede in de gevallen
die in het beleidsplan zijn bepaald;
het adviseren van het bevoegde college van Burgemeester en
Wethouders over de taak bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de
Wet veiligheidsregio's;
het voorbereiden op de bestrijding van branden en het
organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing,
inclusief de advisering over de gemeentelijke voorbereidingen
daarop;
het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel;
het aanwijzen van een inrichting als bedrijfsbrandweerplichtig,
als bedoeld in artikel 31 van de Wet veiligheidsregio's;
het maken van schriftelijke afspraken en het - zo nodig - in
overleg treden met instellingen, zorgaanbieders en
ambulancevervoerders, zoals bedoeld in artikel 33 en 34 van de
Wet veiligheidsregio's;
het sluiten van convenanten met de regiopolitie, andere
overheden en derden over de afstemming, voorbereiding of
uitvoering van taken die betrekking hebben op de hulpverlening
en veiligheid;
het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening
binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze
diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken
zijn bij de in dit artikel genoemde taken;
het verschaffen van informatie en het zorg dragen voor de
communicatie over rampen en crises, als bedoeld in de artikelen
46 en 49 van de Wet veiligheidsregio's;
het geven van een bevel als bedoeld in artikel 48, tweede lid,
van de Wet veiligheidsregio's.
het zorg dragen voor een periodieke kostenevaluatie en
visitatie, als bedoeld in artikel 56 van de Wet
veiligheidsregio's;
het aanwijzen van ambtenaren die zijn belast met toezicht, als
bedoeld in artikel 61 van de Wet veiligheidsregio's en het
daarvan mededeling doen door plaatsing in de Staatscourant;
het aanwijzen van een functionaris die is belast met de
coördinatie van de maatregelen en voorzieningen die de gemeenten
treffen met het oog op een ramp of crisis;
het opleggen van een last onder bestuursdwang, als bedoeld in
artikel 63 van de Wet veiligheidsregio's;
het bespreken van onderwerpen op het terrein van sociale
veiligheid waarvoor afstemming raadzaam is;
het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, alsmede het
beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij
ongevallen, anders dan door brand, in de gemeenten;
het oprichten van of deelnemen in stichtingen, vennootschappen,
en coöperatieve en andere verenigingen, dan wel het ontbinden
daarvan of het beëindigen van de deelneming overeenkomstig
artikel 31a Wet gemeenschappelijke regelingen
alle overige taken en bevoegdheden, die - nu of in de toekomst -
op grond van de wet- en regelgeving worden opgedragen aan het
bestuur van de veiligheidsregio.
HOOFDSTUK 2
Artikel 5
Taken en bevoegdheden
Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING VEILIGHEIDSREGIO GELDERLAND-ZUID