Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Voorwaarden verstrekking

Onderdeel van Verordening maatschappelijke participatiebijdrage

1.. Om in aanmerking te komen voor de maatschappelijke participatiebijdrage dient de aanvrager: Een inkomen te hebben dat minder, of gelijk is aan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm; Niet over een vermogen te beschikken dat hoger is dan hetgeen gesteld in artikel 34 van de Participatiewet. 2.. Het inkomen zoals omschreven in lid 1 sub a of het vermogen zoals omschreven in lid 1 sub b van dit artikel worden buiten beschouwing gelaten indien de aanvrager deelneemt aan een vastgestelde minnelijke regeling in het kader van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) dan wel deelneemt aan een traject op basis van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). 3.. De aanvrager komt per draagkrachtjaar eenmaal in aanmerking voor de maatschappelijke participatiebijdrage.

Rechtspraak bij dit artikel