Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school

Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Raalte 2015

Beleidsregel 1. Alleen van huis/opstapplaats naar school en omgekeerd Leerlingenvervoer is uitsluitend bedoeld voor vervoer van huis/opstapplaats naar school en omgekeerd. Wat daar in ieder geval niet onder valt is: vervoer van of naar medische of paramedische behandelingen, zoals arts, therapeut, tandarts of ziekenhuis vervoer vanwege afwijkende schooltijden door lesuitval, ziekte, schoolreisje, sportdag of andere uitstapjes, vervoer van of naar logeerhuis, sportactiviteit, buitenschoolse opvang en andere opvangadressen. vervoer van of naar zwembad; Ouders zijn in dergelijke situaties zelf verantwoordelijk voor het vervoer. Beleidsregel 2. Hoogbegaafde kinderen Elke basisschool heeft een aanbod voor hoogbegaafde leerlingen. Hierdoor zijn er in principe geen extra regels nodig voor deze leerlingen als het gaat om leerlingenvervoer. Er zijn twee situaties waarin een hoogbegaafde leerling wel aanspraak kan maken op leerlingenvervoer: Een eerste situatie waarin voor een hoogbegaafde leerling een aanvraag voor leerlingenvervoer kan worden ingediend, is als die leerling ten gevolge van een beperking niet zelfstandig kan reizen en als die leerling is aangewezen op een school op afstand. Een andere situatie die zich voor kan doen is dat de dichtstbijzijnde basisschool (nog) geen passend aanbod heeft voor de hoogbegaafde leerling. In dat geval kan het zijn dat de leerling verder moet reizen naar een voor hem toegankelijke school die wel een passend aanbod kan bieden. In die situatie kan een leerling ook een aanvraag bij het college indienen voor tegemoetkoming in de vervoerskosten. Het college zal onderzoeken of de begeleiding en het materiaal daadwerkelijk op deze school aanwezig zijn. De hoogbegaafdheid van de leerling moet op basis van onderzoek worden gestaafd. Daarnaast moet er een toelichting vanuit de school worden gegeven waarom er geen passend aanbod is voor de betreffende leerling. Indien het een keuze is van de ouders of verzorgers zelf en er een passend aanbod is op de dichtstbijzijnde toegankelijke school kan er geen aanspraak gedaan worden op leerlingenvervoer. Beleidsregel 3. Schakelklas (primair onderwijs) en internationale schakelklas (VO) 3.1 Voor kinderen die in een Asielzoekerscentrum (AZC) verblijven en naar school toe gaan, bestaat de Richtlijn schoolvervoer asielzoekers. Deze richtlijn houdt in dat het AZC het vervoer betaalt van het AZC naar de school. Dit betaalt het AZC uit de middelen die het via het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) ontvangt. 3.2 Leerlingen die niet in een asielzoekerscentrum verblijven, vallen onder de gemeentelijke regeling voor het leerlingenvervoer. De gemeente moet leerlingen die in aanmerking komen voor het leerlingenvervoer vervoeren naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de soort en de richting. 3.3 Voor leerlingen in de basisschoolleeftijd die vanuit het buitenland in de gemeente Raalte komen wonen en een grote achterstand hebben in de Nederlandse taal, kan een bekostiging voor het leerlingenvervoer worden toegekend naar een schakelklas voor één schooljaar om intensief Nederlands te leren. Het samenwerkingsverband dient (schriftelijk) aan het college van de gemeente Raalte te beargumenteren dat het taalniveau onvoldoende is en dat toegang tot een schakelklas noodzakelijk is en dat de dichtstbijzijnde toegankelijke school niet in het onderwijsbehoefte kan voorzien. Een schoolvakantie is een natuurlijk moment om vervolgens door te stromen in het regulier basisonderwijs. 3.3 Indien leerlingenvervoer voor een tweede schooljaar wordt aangevraagd dient bij de aanvraag een schriftelijke verklaring van het samenwerkingsverband te worden gevoegd waaruit blijkt dat het taalniveau van de leerling onvoldoende is en de toegang tot de schakelklas opnieuw noodzakelijk is. Leerlingen die op vierjarige leeftijd halverwege het schooljaar zijn ingestroomd en leerlingen die tussentijds zijn ingestroomd, omdat ze nieuwkomers zijn in het onderwijs, kunnen bijvoorbeeld wel langer dan één schooljaar in de schakelklas zitten. 3.4 Leerlingen in het voortgezet onderwijs, waarbij de dichtstbijzijnde middelbare school beargumenteert dat het taalniveau van de leerling onvoldoende is en dat de toegang tot een internationale schakelklas noodzakelijk is kunnen niet in aanmerking voor bekostiging van het leerlingenvervoer. Als de ouders voldoen aan de voorwaarden van de bijzondere bijstandsregeling, dan is een (gedeeltelijke) bekostiging vanuit deze regeling mogelijk. 3.5 In afwijking van 3.4 is bekostiging wel mogelijk als een leerling vanwege een structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke handicap niet of niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken. 3.6 Kinderen hebben recht op onderwijs en voortvloeiend hieruit ook op leerlingenvervoer. Scholen en gemeenten hoeven leerplichtige leerlingen niet te vragen naar de verblijfsstatus. Het feitelijke verblijfadres is hierin leidend. Beleidsregel 4. Co-ouderschap Een kind van gescheiden ouders kan twee verblijfplaatsen hebben. Bijvoorbeeld bij co- ouderschap, als het kind evenveel bij de ene als de andere ouder verblijft. Er is sprake van co-ouderschap als zowel de moeder, als de vader in een regelmatige afwisseling de zorg voor het kind of de kinderen hebben. Indien leerlingenvervoer is gewenst, moeten beide ouders afzonderlijk, voor de dagen dat het kind doordeweeks bij hen verblijft, een aanvraag indienen bij de gemeente waar hij of zij woonachtig is. Hierbij gaat het niet om waar de leerling is ingeschreven. Het gaat om de feitelijke verblijfplaats van de leerling. Beleidsregel 5. Stage vervoer 5.1 Stage valt niet onder het leerlingenvervoer, tenzij dit een onderdeel is van het onderwijsprogramma. Leerlingen lopen stage om zich voor te bereiden op deelname aan het maatschappelijk verkeer. Met dit als achtergrond verwacht het gemeentebestuur van de leerling, de ouders, maar ook van de school dat de maximaal mogelijke zelfstandigheid in het reizen naar het stageadres wordt nagestreefd. 5.2 Een verzoek om vervoer moet vergezeld gaan van een stage-overeenkomst. De school dient te zoeken naar een stageplaats zo dicht mogelijk bij de woning of op de route tussen woning en school. Wanneer hiervan wordt afgeweken, wordt bekostiging van vervoer naar een stageplaats alleen toegekend als de school deze keuze toereikend motiveert. 5.3 Vervoer vindt uitsluitend plaats op vaste uren in de ochtend en middag, aansluitend aan de schooltijden zoals vermeld in de schoolgids. 5.4 Stage-vervoer tijdens weekenden of schoolvakanties wordt niet bekostigd. Beleidsregel 6. Ophaal-, opstap- en afzetplaats 6.1 In geval van aangepast vervoer worden leerlingen aan huis opgehaald tenzij een leerling de indicatie ‘opstapplaats’ heeft. Aan huis ophalen betekent dat de leerling opgehaald dient te worden bij de voordeur. Bij een flat of instelling geldt de hal of centrale receptie als ophaalplek. Voor alle schoollocaties geldt de toegang van het schoolterrein als afzetplaats, tenzij er een andere afspraak is tussen de gemeente en de vervoerder. 6.2 Het college kan opstapplaatsen toestaan voor leerlingen van primair onderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs. Indien een leerling op een halte moet worden opgehaald geldt dat de vervoerder in overleg met de gemeente de ligging van de opstapplaatsen bepaald. De ouders/verzorgers zijn verantwoordelijk voor de begeleiding van en naar de opstapplaats. Beleidsregel 7. Berekening van de afstand 7.1 Het vaststellen van de afstand tussen de woning en de school vindt plaats op basis van de kortste route voor de leerling, gemeten langs voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg op de fiets op basis van de ANWB-routeplanner, www.anwb.nl. op het moment van toetsing van de aanvraag. Daarbij wordt uitgegaan van de adressen van de woning en de school. 7.2 Bij het berekenen van de afstand wordt geen rekening gehouden met wegwerkzaamheden, omleidingen e.d.. 7.3 Indien de goedkoopst adequate manier van vervoer bestaat uit een combinatie van verschillende vormen van vervoer (bus en trein, fiets en trein etc.), staat het college vrij te kiezen voor een van deze vervoersvormen.

Rechtspraak bij dit artikel