Een grondroerder die werkzaamheden wil verrichten, moet een aanvraag om een instemmingbesluit, als bedoeld in artikel 4, eerste lid van deze verordening, indienen bij het college.
Een grondroerder die werkzaamheden wil verrichten kan hierover een vooroverleg voeren met het college om de aanvraag, als bedoeld in het eerste lid, voor te bereiden.
Behalve voor zover artikel 5.5. van de Telecommunicatiewet van toepassing is, stelt de grond roerder, als de werkzaamheden mede betrekking hebben op gronden van een andere gedoogplichtige dan de gemeente, uiterlijk 4 weken na indiening van deaanvraag, als bedoeld in het eerste lid, het college schriftelijk in kennis van de uitkomstenvan het (voor)overleg tussen de grondroerder en de andere gedoogplichtige(n).
Van minder ingrijpende werkzaamheden moet de grondroerder 7 dagen voor de uitvoering schriftelijk bij het college melding doen. Op grond van de belangen, zoals genoemd in artikel 8, eerste lid van deze verordening, kan het college bepalen dat de realisatie van deze werkzaamheden op een later tijdstip moet plaatsvinden.
Bij spoedeisende werkzaamheden volstaat een melding voorafgaand aan de start van de werkzaamheden. Als een melding vooraf niet mogelijk is, moet de melding uiterlijk binnen één werkdag na de start van de uitvoering gemotiveerd worden gedaan aan het college. Als achteraf blijkt dat de uitgevoerde werkzaamheden instemmingsplichtig zijn, moet alsnog een aanvraag voor een instemmingbesluit worden ingediend bij het college.
Als werkzaamheden worden verricht in nader door het college aan te wijzen gebieden, is de uitzonderingsbepaling voor spoedeisende werkzaamheden niet van toepassing.
Artikel 5
Aanvraag en melding
Onderdeel van Algemene verordening ondergrondse infrastructuur gemeente Renswoude 2016