Het is zonder vergunning van de burgemeester verboden op
de openbare weg een terras in te richten, op te richten,
het terras voor bezoekers geopend te hebben of bezoekers
op het terras toe te laten of te laten verblijven.
Bij vergunningaanvragen voor een of meer bij de
inrichting behorende terrassen, beslist de burgemeester
-gelet op de openbare orde en veiligheid ter plaatse-
tevens over de ingebruikneming van de openbare weg.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 en 2.28.,
tweede lid kan de burgemeester de in het eerste lid
bedoelde ingebruikneming van de openbare weg weigeren
als:
**a..** het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar
oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig
en veilig gebruik daarvan;
**b..** dat gebruik een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer
en onderhoud van de weg;
**c..** dat gebruik afbreuk doet aan andere publieke functies van de
openbare ruimte, inclusief de bescherming van het uiterlijk
aanzien daarvan.
Als voor het uitvoeren van openbare werken of om
enigerlei andere reden verwijdering van het terras
noodzakelijk is, is de houder van de inrichting
verplicht dit terstond of binnen de door het bevoegde
bestuursorgaan gestelde termijn, te verwijderen.
Het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid geldt
niet voor zover het Rijkswegenreglement of de
Provinciale wegenverordening Zeeland van toepassing
is.
HOOFDSTUK 2 › AFDELING 8
Artikel 2.31
- Terrassen
Onderdeel van Algemeen plaatselijke verordening van de gemeente Tholen