**1..** Het is de eigenaar van een vaartuig verboden zonder vergunning
van het college dit vaartuig te verhuren ten behoeve van de
pleziervaart of de sportvisserij, dan wel in de uitoefening van
een bedrijf of nevenbedrijf of tegen betaling de gelegenheid
open te stellen om met dat vaartuig mee te varen, op daartoe
door het college aangewezen vaarwateren.
**2..** Het in het eerste lid gestelde geldt onverminderd het bepaalde
bij of krachtens de Binnenschepenwet en behoudens het bepaalde
bij de Wet openbare vervoermiddelen.
**3..** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor de houder
van een vergunning, afgegeven door het college van enige andere
gemeente in de provincie Zeeland op grond van een bepaling van
gelijke strekking als het in dit artikel bepaalde.
**4..** Het college kan met betrekking tot het in het eerste lid
bedoelde vaartuig eisen stellen ten aanzien van de
deugdelijkheid, inrichting en uitrusting, alsmede betreffende de
bemanning en het maximum aantal passagiers voor het
vaartuig.
**5..** Het college kan aan de in het eerste lid bedoelde vergunning
voorwaarden verbinden betreffende hetgeen in het belang van de
veiligheid van het vaartuig en de opvarenden dient te worden
verricht of nagelaten.
**6..** Het college geeft voor een vaartuig waarop tegen betaling de
gelegenheid is opengesteld om mee te varen slechts een
vergunning af, indien daartoe een gunstig advies is uitgebracht
door een door hen aangewezen, of vergelijkbare onafhankelijke
instantie of deskundige.
HOOFDSTUK 5 › AFDELING 6
Artikel 5.30c
- Bedrijfsmatige recreatie te water
Onderdeel van Algemeen plaatselijke verordening van de gemeente Tholen