Naar hoofdinhoud
1.. Een lid van de raad kan een wethouder, de burgemeester, de secretaris of een raadslid die of dat door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, ter verantwoording roepen over zijn wijze van functioneren in dat bestuur of dat orgaan. 2.. Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren, besluit de raad over het toestaan daarvan. 3.. De regels voor het vragen van inlichtingen, als bedoeld in artikel 43, zijn vervolgens van overeenkomstige toepassing. 4.. Dit artikel is eveneens van toepassing op andere organisaties, instituties of verbonden partijen, waarin de raad één van zijn leden, een wethouder, de burgemeester, de griffier of de secretaris heeft benoemd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel