Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.

Artikel 18.

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies gemeente Weert 2016

1.. Na de opening van de openbare vergadering kunnen aanwezige burgers gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten met inachtneming van het gestelde in lid 5 het woord voeren over geagendeerde en niet-geagendeerde onderwerpen, die het domein van de raadscommissie betreffen. 2.. Het woord kan niet gevoerd worden over: een door het gemeentebestuur genomen besluit waartegen bezwaar en beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; de advieslijst. 3.. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten minste 24 uur vóór de aanvang van de vergadering aan de griffier dan wel de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren. 4.. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. De voorzitter geeft degenen, die het woord wensen te voeren over een op de agenda voorkomend onderwerp, het woord zodra het betreffende agendapunt aan de orde is en voordat het woord wordt gevoerd door de leden. De voorzitter geeft degenen, die het woord wensen te voeren over een niet op de agenda voorkomend onderwerp, het woord na de opening van de vergadering. 5.. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 6.. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De van het spreekrecht gebruik makende burgers dienen zich in eerste instantie te beperken tot het geven van een toelichting. De voorzitter kan de deelnemers aan de commissievergadering toestaan aan sprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een spreker en deelnemers van de vergadering. De voorzitter draagt er zorg voor, dat de sprekers zich niet mengen in de beraadslaging van de commissie. De voorzitter kan aan burgers die gebruik maken van het spreekrecht en zich niet aan de regels houden of zich onbehoorlijk of beledigend uitdrukken het woord ontnemen. 7.. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel