De begripsbepalingen van de Algemene verordening Ondergrondse infrastructuur (AVOI) zijn op deze nadere regels van toepassing tenzij daarvan uitdrukkelijk wordt afgeweken. In deze nadere regels wordt verstaan onder:
bijzondere verharding:
waterdoorlatende, waterpasserende, of sierbestrating;
dagmaat:
de vrije ruimte tussen leidingen;
dekking:
de afstand van het maaiveld tot de bovenkant van het net;
gereedmelding:
een melding van de netbeheerder aan het college dat hij zijn werkzaamheden heeft voltooid;
gesloten verharding:
asfalt, beton, of een open verharding met cementgebonden funderingen;
huisaansluiting:
één of meer aansluitingen tussen een net en een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken;
leidingstrook:
strook grond die primair is bestemd voor netten;
leidingtracé:
afgebakende lijn van een kabel of leiding geprojecteerd in de openbare ruimte;
lijnafwatering:
lijnvormige goten waarin regenwater wordt afgevoerd, afgedekt met een rooster;
melding:
melding als bedoeld in artikel 2.1 tweede lid van de AVOI. Het betreft een melding voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard, waarvoor geen instemmingsbesluit of vergunning noodzakelijk is;
open verharding:
verhardingen van ongebonden elementen (tegels, klinkers en dergelijke);
startmelding:
een melding van de netbeheerder aan het college dat hij zijn werkzaamheden gaat aanvangen;
werkput:
een sleuf of lasgat.