Ten behoeve van activiteiten als bedoeld in de artikelen 2 en 3 kan een subsidie verleend worden in de kosten van bouwkundige voorzieningen en/of materialen en attributen.
De aanvraag voor een dergelijke aanvraag dient in afwijking van artikel 6 van de ASV tenminste 6 maanden voor aanvang van de bouwwerkzaamheden resp. aanschaf van materialen en attributen ingediend te worden.
3.In afwijking van artikel 7, lid 3 van de ASV beslist het college op een aanvraag als bedoeld in het voorgaande lid binnen 5 maanden nadat de aanvraag is ingekomen.
De aanvraag voor een dergelijke subsidie bevat tenminste de volgende gegevens:
voor bouwkundige voorzieningen:
een tekening op schaal van het gebouw, een situatietekening, het bestek en overige bij het plan behorende bescheiden;
een begroting van de kosten voor de investering;
een opgave van financiering van de investering, alsmede een opgave van de werkzaamheden die door de instelling zelf worden verricht;
het bezettingsschema van de accommodatie waarop de bouwkundige activiteiten betrekking hebben;
de exploitatieopzet van de betreffende accommodatie in het jaar voorafgaande alsmede een prognose voor de exploitatie in het jaar van realisatie en het daaropvolgende jaar.
voor materialen en attributen:
prijsopgaven van tenminste twee leveranciers voor de aan te schaffen materialen en/of attributen;
motivering van gemaakte keuze voor aanschaf van materiaal of attribuut;
opgave van de verwachte levensduur;
afschrijvingsschema.
De subsidie voor materialen en attributen bedraagt maximaal 50% van de totale kosten.
Lid 5 is niet van toepassing bij activiteiten op het gebied van maatschappelijke ondersteuning en gezondheidsvoorlichting. De hoogte van een dergelijke subsidie is maximaal € 5.000.
Een subsidie wordt niet verleend indien het vervangingsinvesteringen betreft, behoudens wanneer aannemelijk kan worden gemaakt, dat de organisatie niet in de gelegenheid is geweest, om zelf voldoende reserveringen te treffen.
Een subsidie wordt eveneens niet verleend indien het nieuwe materialen/attributen betreft, waarvan de noodzaak tot de aanschaf ervan ruimschoots vooraf voorzien had kunnen worden en derhalve reserveringen getroffen hadden kunnen worden.
Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in het vierde en zevende lid genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk, respectievelijk voldoende, zijn.
HOOFDSTUK II
Artikel 6
Investeringen
Onderdeel van Deelsubsidieverordening Leefomgeving Mook en Middelaar 2016