Deze verordening verstaat onder:
vakantie-onderkomens:
woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens, stacaravans of chalets, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden;
hotels, motels, herbergen, pensions en overige logies verstrekkende bedrijven niet behorende tot lid 1.
mobiele kampeeronderkomens:
tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden;
stacaravans en chalets, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden.
niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens, stacaravans of chalets, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur aangeboden;
toeristische plaats: plaats die beschikbaar is voor een mobiel kampeeronderkomen voor een periode van ten hoogste drie maanden;
seizoenplaats: plaats die beschikbaar is voor een mobiel kampeeronderkomen voor een periode van ten minste drie maanden en ten hoogste acht maanden;
vaste plaats: een plaats die is ingericht om gedurende het gehele jaar een mobiel kampeeronderkomen te plaatsen.
seizoen: Het tijdvak van 1 april tot 1 oktober.