Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1.1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Marktverordening

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: algemene warenmarkt: markt waarop in beginsel alle waren worden verhandeld; anciënniteitsnummer: het nummer dat aan de marktondernemer wordt toegewezen bij inschrijving op de marktlijst; branchepatroon: de indeling in groepen van waren en het aantal vastgestelde marktplaatsen per warengroep per markt; bijzondere marktplaats: marktplaats aangewezen als bakplaats, plaats voor eigen verkoopinrichting, grondplaats of boxplaats; college: het college van burgemeester en wethouders; dagmarkt: markt die ten minste vier dagen per week wordt gehouden; digitale systeem: het door het college beschikbaar gestelde digitale systeem waarmee de dagelijkse indeling kan plaatsvinden kind: elk kind ten aanzien waarvan de ingeschrevene in het register een wettelijke onderhoudsplicht heeft of heeft gehad; levenspartner: de echtgenoot of de geregistreerde partner van de vergunninghouder of de partner waarmee een samenlevingscontract is gesloten dan wel de persoon met wie de vergunninghouder tenminste twee jaar op het zelfde adres staat ingeschreven met het oogmerk daar een duurzame gemeenschappelijke huishouding te voeren; losse plaats: marktplaats die per marktdag beschikbaar wordt gesteld; loteling: de ingeschrevene in het register die niet geplaatst is op de marktlijst van een markt; markt: een door het college aangewezen gedeelte van de openbare weg bestemd voor het uitoefenen van de markthandel door ten minste zeven vergunninghouders; markthandel: het verhandelen van waren op een marktplaats; marktlijst: lijst die per markt wordt bijgehouden ten behoeve van de toewijzing van marktplaatsen; marktondernemer: natuurlijk persoon die voor eigen rekening en risico de markthandel uitoefent; markt op afstand: een markt die wordt georganiseerd en beheerd door een natuurlijk persoon of een andere rechtspersoon dan de gemeente; marktplaats: plaats op de markt, bestemd voor het uitoefenen van de markthandel; register: het in artikel 2.1 bedoelde register voor de ambulante handel; periodieke markt: markt die gedurende maximaal 26 weken per kalenderjaar wordt gehouden; reclame: het in het openbaar aanprijzen van of de aandacht vestigen op diensten, goederen, activiteiten of namen, met het doel een commercieel belang te dienen; sollicitant: de ingeschrevene in het register die geplaatst is op de marktlijst, niet zijnde de houder van een vergunning voor een vaste marktplaats of een tijdelijke vaste marktplaats, op die markt; standwerker: marktondernemer die publiek om zich heen verzamelt, een aansprekende demonstratie of uiteenzetting houdt over de door hem te verhandelen waren en ten slotte tracht een aantal personen gelijktijdig tot aankoop daarvan te bewegen; standwerkersplaats: losse marktplaats, bestemd voor standwerkers; tijdelijke vaste marktplaats: vaste marktplaats, al dan niet op een aangewezen locatie, die tot de eerstvolgende herindeling van de markt aan de vergunninghouder beschikbaar wordt gesteld; themamarkt: markt waarop in hoofdzaak slechts een of enkele specifieke soorten waren worden verhandeld; vaste marktplaats: marktplaats die in beginsel voor onbepaalde tijd aan de vergunninghouder beschikbaar wordt gesteld; verhandelen: het in voorraad houden, uitstallen, te koop aanbieden of verkopen van waren; verpachten: het afstaan van de marktplaats aan een ander door een vergunninghouder waardoor de vergunninghouder niet meer voor eigen rekening en risico handelt op zijn marktplaats; weekmarkt: markt die ten hoogste drie dagen per week wordt gehouden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel