Naar hoofdinhoud
De plaatsing van voorwerpen moet aan de volgende voorwaarden voldoen: a. instructies en aanwijzingen van gemeente, politie, brandweer en ambulancediensten worden direct opgevolgd; b. vluchtwegen mogen niet geblokkeerd worden; c. blindegeleide stroken mogen niet belemmerd worden; d. geen plaatsing op of boven brandkranen; e. geen plaatsing op gehandicaptenparkeerplaats; f. een doorgang voor hulpdiensten van minimaal 3,5 meter dient vrijgelaten te worden; g. bij plaatsing op trottoirs dient een strook van 1,20 meter vrijgelaten te worden voor voetgangers; h. bij plaatsing van voorwerpen boven de weg, niet zijnde gevelreclame, bedraagt de doorrijhoogte minimaal 4,20 meter gemeten vanaf de kruin van de weg; i. bij plaatsing van steigers boven de weg op het trottoir ten behoeve van bouw-, sloop- of onderhoudswerkzaamheden worden voldoendemaatregelen getroffen ter voorkoming van verspreiding van vuil en ten behoeve van de opvang van vallend materiaal/materieel; j. stoffen zoals zand, aarde en grint mogen alleen in zakken worden geplaatst (dus niet los storten) en als wordt voldaan aan letter; k. bij een open puinbak of zak moet deze tussen zonsop- en zonsondergang, doch in ieder geval tussen 22.00 en 06.00 uur, afgedekt zijn ter voorkoming van verspreiding van vuil; l.  de in gebruik genomen oppervlakte bedraagt niet meer dan 20 m² en wordt niet langer dan tien werkdagen in beslag genomen; m.  er worden preventieve maatregelen genomen tegen schade (aan wegdek); n.  bij plaatsing van één of meer voorwerpen op een parkeerplaats mag niet meer dan één parkeerplaats in beslag genomen worden; o. na verwijdering van een voorwerp moet de omgeving schoon achter gelaten worden.

Rechtspraak bij dit artikel