1.
Het recht bedoeld in artikel 2 bedraagt bij een
aansluiting op de gemeentelijke riolering zonder
bovenliggende verharding met een lengte tot en met
zes strekkende meter en een leidingdiameter van 160
mm € 640,- per aansluiting. Het recht wordt
vermeerderd met € 45,- per strekkende meter of
gedeelte daarvan bij een aansluitlengte boven zes
meter.
2.
Het recht bedoeld in artikel 2 bedraagt bij een
aansluiting op de gemeentelijke riolering met
bovenliggende verharding met een lengte tot en met
zes strekkende meter en een leidingdiameter van 160
mm € 840,- per aansluiting. Het recht wordt
vermeerderd met € 85,- per strekkende meter of
gedeelte daarvan bij een aansluitlengte boven zes
meter.
3.
Het recht bedoeld in artikel 2 bedraagt bij een
tijdelijke aansluiting op de gemeentelijke riolering
zonder bovenliggende verharding met een lengte tot
en met zes strekkende meter en een leidingdiameter
van 160 mm € 818,- per aansluiting. Het recht wordt
vermeerderd met € 61,- per strekkende meter of
gedeelte daarvan bij een aansluitlengte boven zes
meter.
4.
Het recht bedoeld in artikel 2 bedraagt bij een
tijdelijke aansluiting op de gemeentelijke riolering
met bovenliggende verharding met een lengte tot en
met zes strekkende meter en een leidingdiameter van
160 mm € 1.246,- per aansluiting. Het recht wordt
vermeerderd met € 146,- per strekkende meter of
gedeelte daarvan bij een aansluitlengte boven zes
meter.
5.
Het recht bedoeld in artikel 2 bedraagt bij een
(tijdelijke) aansluiting op de gemeentelijke
riolering met een leidingdiameter boven 160 mm het
voorafgaand aan de dienstverlening aan de
belastingplichtige meegedeelde bedrag, dat blijkt
uit een begroting die der zake door of vanwege het
college van burgemeester en wethouders is
opgesteld.
6.
Als de begroting bedoeld in het vijfde lid is
uitgebracht, vangt de dienstverlening aan op de
vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de
belastingplichtige ter kennis is gebracht, tenzij de
aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is
ingetrokken.