Naar hoofdinhoud
1.. In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren. 2.. De belasting wordt niet geheven terzake voor honden: die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden; die verblijven in een hondenasiel; die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren; die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden; waarvan de houder in het bezit is van een geldig diploma, afgegeven door de Koninklijke Nederlandse Politiehond Vereniging; waarvan de houder in het bezit is van een geldig diploma van het hoofdcomité van het Nederlandse Rode Kruis of van de Nederlandse Vereniging van Rode Kruishonden; die zijn opgeleid tot en dienen als gehandicaptenhond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden. 2.. De vrijstellingsbepaling, als bedoeld in lid 2, onder a, e, f. en g., is ook van toepassing op honden die daarvoor worden opgeleid, mits een bewijs van inschrijving voor de betreffende opleiding kan worden overgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel