Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: beroepsvaartuig: vaartuig dat wordt gebruikt voor het vervoer van personen of goederen tegen betaling, waaronder coasters, binnenvaartschepen, tankschepen en (beroeps)vissersschepen; dag: een periode van 24 uren, aanvangende bij binnenkomst in de haven, of een gedeelte daarvan; goederen: alle zaken die in het economisch verkeer een waarde bezitten; haven: het voor de openbare dienst bestemde, uit land en water bestaande gemeentelijk gebied (zoals aangegeven op de in bijlagen behorende bij deze verordening opgenomen kaarten), met werken en voorzieningen ten behoeve van het vervoer over water, het meren van vaartuigen of het laden, lossen of opslaan van goederen; laadvermogen: de maximale belasting van het schip, uitgedrukt in tonnen, zoals blijkt uit de bij het schip behorende meetbrief of ambtshalve wordt vastgesteld als geen meetbrief wordt overgelegd of als deze niet de vereiste gegevens vermeldt; lengte: de grootste van de drie afmetingen van het vaartuig inclusief vaste uitstekende delen (de lengte over alles), uitgedrukt in strekkende meters (m1), zoals blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief of ambtshalve wordt vastgesteld als geen meetbrief wordt overgelegd of als deze niet de vereiste gegevens vermeldt; maand: een kalendermaand of een gedeelte daarvan; meetbrief: de meetbrief die voldoet aan de eisen, neergelegd in het Internationaal Verdrag betreffende de meting van schepen, Londen 1969 (Traktatenblad 1979, nummers 122 en 194); oppervlakte: het product van de lengte over alles en de grootste breedte inclusief vaste uitstekende delen, uitgedrukt in vierkante meters (m2), zoals blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief of ambtshalve wordt vastgesteld als geen meetbrief wordt overgelegd of als deze niet de vereiste gegevens vermeldt; overige vaartuigen: kraanschepen, baggermateriaal, heistellingen en soortgelijke objecten; passagiersschip: een vaartuig dat is ingericht en hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van ten minste twaalf personen, de bemanning daaronder niet begrepen; pleziervaartuig: een vaartuig dat wordt gebruikt voor vermaak, ontspanning of amateurvisserij, zoals kano's, roeiboten, pleziermotor- en zeiljachten en soortgelijke vaartuigen voor vermaak of ontspanning; rechten: het havengeld en het kadegeld; schipper: degene die over een vaartuig het gezag voert of die feitelijk met het gezag is belast of, bij afwezigheid van deze gezagvoerder, de eigenaar van het vaartuig of degene aan wie het vaartuig in gebruik is gegeven, dan wel degene die als vertegenwoordiger voor één van dezen optreedt. ton: een massa van 1.000 kilogram; vaartuig: elk drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebruikt dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen; week: een periode van 7 achtereenvolgende dagen of een gedeelte daarvan; woonboot: een vaartuig dat zodanig is ingericht dat men erop kan wonen en waarvan de primaire functie ook wonen is; zeeschip: een vaartuig dat blijkens zijn constructie uitsluitend of in hoofdzaak voor drijven in zee is bestemd; historisch vaartuig: een vaartuig dat meer dan 65 jaar oud is, vaart onder Nederlandse vlag, langer is dan 15 m1, een historische uitstraling heeft, en niet bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd; vaste ligplaats: wateroppervlak bestemd om gedurende langere tijd een zelfde pleziervaartuig te kunnen laten afmeren of ten anker leggen.

Rechtspraak bij dit artikel