Naar hoofdinhoud
Het havengeld wordt niet geheven voor: vaartuigen welke dienst doen als roeiboten en behoren bij binnenvaartuigen waarvoor reeds havengeld ingevolge deze verordening is verschuldigd; vaartuigen van de gemeente, de politie, het leger, de marine, de provincie en rijkswaterstaat, het loodswezen, of vaartuigen voor de betonning, bebakening en verlichting van vaarwater; beroepsvaartuigen welke door ijsgang, storm, ondiepte of dergelijke redenen van overmacht gedwongen zijn in de haven te blijven; baggermachines met bijbehorende sleepboot en vaartuigen, die gebezigd worden voor vervoer van specie, gedurende de tijd dat zij in de haven gebruikt worden. schepen die ter reparatie liggen bij de ondernemers langs het havenkanaal, gedurende de eerste zes onafgebroken weken. Deze vrijstelling geldt éénmaal per kalenderjaar.

Rechtspraak bij dit artikel