**1..** Het havengeld is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak, dan wel bij de aanvang van het gebruik van de haven of het genot van de dienstverlening.
**2..** Indien een vaste ligplaats in de loop van het belastingjaar wordt opgezegd, bestaat voor het havengeld bedoeld in artikel 2.3. van de tarieventabel aanspraak op ontheffing voor zoveel kalendermaanden van die periode als er na de opzegging van de vaste ligplaats nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 15,00.
**3..** De in het tweede lid bedoelde ontheffing wordt slechts verleend, indien een schriftelijke bevestiging van de opzegging van de ligplaats van de verhuurder van de ligplaats wordt overgelegd.
**4..** Indien de vaste ligplaats gedurende de winterperiode 1 november tot en met 31 maart wordt opgezegd, bestaat voor het havengeld bedoeld in onderdeel 2.5 en 3.5 van de tarieventabel aanspraak op ontheffing voor zoveel kalendermaanden van die winterperiode als er na de opzegging van de vaste ligplaats nog volle kalendermaanden in die periode overblijven.
Hoofdstuk 2
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en ontheffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van haven- en kadegeld (Verordening haven- en kadegelden 2016)