1. De belasting bedraagt per perceel, per maand van het belastingtijdvak:
a. indien dat perceel bij aanvang van het belastingtijdvak of, indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingtijdvak bij aanvang van de belastingplicht wordt gebruikt door één persoon € 14,72 (€ 176,64 per jaar);
b. indien dat perceel bij aanvang van het belastingtijdvak of, indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingtijdvak bij aanvang van de belastingplicht wordt gebruikt door meer dan één persoon € 17,62 (€ 211,44 per jaar).
2. Voor de beoordeling van de belastingplicht en voor de toepassing van de maatstaf van heffing en tarief, overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid, gelden de omstandigheden die op 1 januari van het belastingjaar aanwezig zijn.
3. Indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar, gelden voor de in het tweede lid bedoelde beoordeling, de omstandigheden die bij aanvang van de belastingplicht aanwezig zijn.
Hoofdstuk II
Artikel 5
Maatstaf van heffing, tarief en beoordeling omstandigheden
Onderdeel van de Verordening op de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing 2016 en de reinigingsrechten 2016