Het takenpakket voor de gemeentelijke handhaving is de afgelopen jaren gewijzigd. De beschikbare handhavingscapaciteit binnen de gemeente heeft beperkingen. Om een adequaat handhavingsniveau te garanderen worden keuzes gemaakt. Dit kan als gevolg hebben dat bepaalde taakvelden niet proactief worden gehandhaafd. Indien dit toch noodzakelijk is, dan zal uitbreiding van de handhavingscapaciteit moeten plaatsvinden of een herprioritering worden gedaan om de kwaliteit te kunnen blijven waarborgen.
Om de beschikbare handhavingscapaciteit zo efficiënt mogelijk in te zetten binnen de taakvelden die proactief worden gehandhaafd, worden risicoanalyses uitgevoerd. Aan de hand hiervan worden prioriteiten gesteld. Voor de disciplines (nieuw)bouw, milieu, brandveiligheid, toezicht op de openbare ruimte, Drank- en Horecawet en kinderopvang zijn risicoanalyses voorhanden.
Voor de disciplines bestaande bouw en ruimtelijke ordening zijn nog geen risicoanalyses beschikbaar. De nog uit te voeren risicoanalyses zullen in 2016 worden vastgesteld door het college en ter kennisname worden voorgelegd aan de raad.
Bouw
Omdat alle vergunningplichtige nieuwbouwprojecten bouwkundig gecontroleerd worden (met uitzondering van bouwwerken met een bouwsom van maximaal € 25.000,-) is tot op heden geen noodzaak geweest om een risicoanalyse hiervoor uit te voeren.
Om te bepalen op welke aspecten gecontroleerd wordt tijdens bouwtoezicht is hiervoor een toezichtsprotocol opgesteld. De methodiek is opgesteld door de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland. Het protocol is eind 2012 vastgesteld door het college.
Ruimtelijke ordening
Tot op heden zijn de toezichtstaken op grond van ruimtelijke ordening niet zo zeer bepaald aan de hand van een risicoanalyse maar meer op grond van landelijke spelende kwesties (permanente bewoning van recreatiewoningen) of door specifieke lokale kenmerken (huisvesting arbeidsmigranten). Om te bepalen waar in de looptijd van dit handhavingsbeleidsplan het accent moet liggen voor de ruimtelijke ordening zal in 2016 een risicoanalyse worden uitgevoerd.
Milieu
In 2012 is een milieurisicoanalyse op activiteitenniveau uitgevoerd. Deze analyse is leidend geweest voor het toezicht de afgelopen jaren. In 2013 is het milieutoezicht en de handhaving van inrichtingen overgegaan naar de OFGV. De verwachting is dat de OFGV binnen afzienbare tijd de risicoanalyse voor het toezicht op milieuinrichtingen actualiseert in overleg met het team Handhaving.
Brandveilig gebruik bouwwerken
Voor het brandveilig gebruik van bouwwerken waarvoor een omgevingsvergunning of melding moet worden gedaan is het Preventie Activiteitenplan (Prevap) van toepassing. Prevap is een door het Nederlands Instituut voor Fysieke Veiligheid (NIFV) ontwikkeld risicomodel voor het bepalen van prioriteiten, frequentie en benodigde menskracht voor het controleren van desbetreffende bouwwerken.
Ergernissen in de openbare ruimte
Ergernissen in de openbare ruimte zijn vaak het gevolg van overlast veroorzakende handelingen. Veel van deze ergernissen zijn opgenomen in de Algemene plaatselijke verordening (Apv) en de Afvalstoffenverordening (Asv). Op grond hiervan kunnen de Buitengewoon opsporingsambtenaren openbare ruimte (Boa’s) deze ergernissen bestraffen met een bestuurlijke strafbeschikking (geldboete). Eind 2014 zijn de ergernissen opnieuw geprioriteerd. Hiervoor is het burgerpanel geraadpleegd.
Drank- en Horecawet
In het Handhavingsbeleid Drank- en Horecawet 2014 – 2018 is een risicoanalyse opgenomen. In de risicoanalyse zijn de te onderscheiden bedrijfstypes, waar alcohol mag worden verstrekt, benoemd en de mogelijke negatieve effecten/ risico’s die op kunnen treden bij het niet-naleven van de regels van de Drank- en Horecawet. Op grond van de score zijn de bedrijfstypes ingedeeld in drie categorieën met een eigen mate van toezicht.
Kinderopvang
De gemeente werkt voor het toezicht op de kinderopvang conform het landelijk model voor risicogestuurd toezicht. De insteek van dit model is om intensiever te inspecteren waar dat nodig is en minder intensief waar gebleken is dat dit kan. Daarbij worden vooral de aspecten getoetst die van invloed zijn op de kwaliteit (pedagogische praktijk, de beroepskracht-kindratio en veiligheid en gezondheid). De inspecties vinden veelal onaangekondigd plaats. Dit geeft een realistischer beeld van de dagelijkse praktijk dan een bezoek op afspraak.