De gemeente voert ter bescherming van de omgevingskwaliteit een eenduidig, transparant en uniform beleid. Onderdeel daarvan is de nalevingstrategie. Dat is een onderling afgestemd geheel van deelstrategieën voor preventie, toezicht, sancties en gedogen. De strategie houdt rekening met landelijke richtlijnen en afspraken in regionaal verband.
Provincie Flevoland, Waterschap Zuiderzeeland, alle gemeenten in Flevoland en het Openbaar Ministerie hebben in het Gemeenschappelijk Kader Flevoland 2013 een gezamenlijke sanctie- en gedoogstrategie vastgelegd.
De deelstrategieën staan hieronder op hoofdlijnen beschreven. Ook is aangegeven op welke wijze de gemeente de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhavingsbevoegdheden onderling en in samenhang uitoefent en hoe zij optreedt tegen overtredende overheden.
4.1.1 Preventiestrategie
De preventiestrategie heeft tot doel de acceptatie van de regelgeving en voorkoming van overtredingen. De gemeente geeft aan burgers en bedrijven informatie over het toezichts- en handhavingstraject op de gemeentelijke website, in folders en publicaties in de pers, maar ook door mondelinge voorlichting en het klantgericht begeleiden van het vergunnings- en uitvoeringsproces. Kortom, de gemeente streeft naar het “open houden van de lijnen”.
4.1.2 Toezichtstrategie
In de toezichtstrategie staat de vraag centraal hoe de gemeente als bevoegd gezag het toezicht uitoefent. Het kan hierbij gaan om reactief of om proactief optreden. De proactieve toezichtstrategie kan verder worden onderverdeeld in risicogestuurd, branchegericht of gebiedsgericht.
Het (algemene) doel van de toezichtstrategie voor de gemeente is om de beschikbare
capaciteit en middelen zo in te zetten dat een zo hoog mogelijk rendement wordt behaald
bij de uitvoering van het handhavingsbeleid. Rendement laat zich in dit geval als naleefgedrag definiëren.
Algemeen
De wijze waarop het toezicht wordt uitgevoerd hangt af van de prioriteit die aan een
handhavingstaak is toegekend. In onderstaande tabel staat weergegeven hoe de prioriteiten doorgaans de intensiteit van het toezicht bepalen. Niet alle taken lenen zich voor de toezichtstrategie die uit de prioriteit voortvloeit. Daarnaast wordt naar aanleiding van meldingen of handhavingsverzoeken, ongeacht de prioriteit, altijd actie ondernomen.
Prioriteit
Mate van toezicht
Hoog
Het toezicht op naleving van de regels vindt proactief plaats op
basis van een vaste controlefrequentie. Verder wordt actief
gezocht naar overtredingen door het uitvoeren van inventarisaties,
via gevelcontroles en waarnemingen ter plaatse en bureaucontroles.
Gemiddeld
Het toezicht vindt minder intensief en vooral steekproefsgewijs
plaats op basis van in het HUP genoemde criteria, dan wel
door gebiedsgerichte controles of door surveillances.
Laag
Er is sprake van passief toezicht. In beginsel wordt alleen naar
aanleiding van meldingen of handhavingsverzoeken toegezien op
naleving van de regels.
De prioritering is niet bedoeld om een bepaalde volgorde in de handhaving aan te geven.
Voorop staat namelijk dat op alle prioriteiten gehandhaafd wordt. De frequentie van de handhaving is echter verschillend. Hoe hoger de prioriteit hoe actiever er gehandhaafd wordt. Verder wordt naar aanleiding van klachten/ meldingen altijd gereageerd.
Integraal toezicht
Uitgangspunt voor de uitvoering van de handhaving is het zoveel mogelijk integraal uitvoeren van het toezicht en handhaving. Met deze integrale aanpak wordt tegemoet gekomen aan de ambities van de gemeente om dienstverlening aan bedrijven te verbeteren.
Vanuit dit uitgangspunt worden zoveel mogelijk taken die tot het domein van de gemeente behoren ook door de gemeente zelf gedaan. Hierbij kan als voorbeeld gedacht worden aan de taak van brandveiligheid. Alleen op basis van zwaarwegende omstandigheden (wettelijke verplichting) wordt een taak overgedragen aan een andere organisatie (bijvoorbeeld het milieutoezicht aan de Omgevingsdienst).
Ook wordt hiermee tegemoet gekomen aan eisen die de Wabo aan het toezicht stelt dat het bestuursorgaan zijn controles afstemt en coördineert met andere toezichthoudende instanties. Daarmee wordt voorkomen dat gemeentelijke en andere toezichthouders (bijvoorbeeld van provincie en waterschap) onwetend van elkaar dezelfde bedrijven bezoeken. In de bestuursovereenkomst met die overheden is dit dan ook afgesproken: zo mogelijk wordt voor elkaar en met elkaar gecontroleerd. Ondernemers ondervinden dan zo weinig mogelijk toezichtslast.
Er zijn verschillende vormen van integraal toezicht denkbaar:
Controleren met elkaar. Vanuit de verschillende taakvelden (bijvoorbeeld milieu, bouw en brandveiligheid) wordt gezamenlijk een integrale controle uitgevoerd. Deze vorm is toepasbaar in situaties die complexer zijn of een hoge bestuurlijke prioriteit hebben.
Controleren na elkaar. Verschillende toezichthouders voeren een controle uit. Omdat deze controles plaatsvinden over een relatief langere periode heeft deze aanpak een sterk preventieve werking. De toezichtlast gaat hiermee niet omlaag.
Controleren voor elkaar. Hierbij wordt de integrale controle van de taakvelden door één toezichthouder/ handhaver uitgevoerd. Deze vorm wordt vooral gebruikt in situaties die worden gekenmerkt door een zeer geringe complexiteit.
Signaleren voor elkaar. Aspectcontrole door één toezichthouder. Deze toezichthouder neemt tijdens de controle (binnen het model controleren na elkaar) aspecten van de andere beleidsvelden of van andere bestuursorganen mee, al dan niet aan de hand van een checklist (oog- en oorfunctie). Als hij waarneemt dat er op het gebied van de andere beleidsterreinen/ bestuursorganen iets mis is, seint hij zijn collega’s of het andere bestuursorgaan in.
De vier vormen van integraal toezicht zijn in onderstaande figuur nog eens weergegeven.
Welke vorm van integraal toezicht gehanteerd wordt, hangt sterk af van de situatie van de burger of het bedrijf. Hierbij wordt aangesloten bij de omgevingsvergunning. Bij een enkelvoudige omgevingsvergunning (bijvoorbeeld voor de bouw van een dakkapel) zal de toezichthouder of handhaver vanuit zijn vakgebied een controle uitvoeren waarbij hij oog- en
oorfunctie voor andere beleidsvelden heeft. Bij een meervoudige omgevingsvergunning (bijvoorbeeld voor de activiteiten milieu en brandveilig gebruik) zullen de toezichtmomenten waar mogelijk gecoördineerd worden in één bezoek, waardoor de belasting voor het bedrijf
tot een minimum beperkt wordt. Indien gecoördineerd toezicht niet mogelijk is, zullen de controles vanuit de verschillende vakgebieden blijven worden uitgevoerd.
Schematisch gezien ziet het bovenstaande er als volgt uit:
Situatie
Wijze van toezicht
Vorm van integraliteit
Enkelvoudige
omgevingsvergunning
Toezicht door het
betreffende taakveld
Signaleren voor elkaar
Meervoudig
omgevingsvergunning
Gecoördineerd toezicht met
meerdere toezichthouders
Controleren met elkaar
Toezicht door betreffende
taakvelden (over langere tijd)
Controleren na elkaar (met
signaalfunctie voor andere
taakvelden)
In hoofdstuk 5 worden de aan burgemeester en wethouders ten dienste staande instrumenten voor het houden van toezicht genoemd.
4.1.3 Sanctie- of interventiestrategie
De sanctie- of interventiestrategie heeft tot doel:
het voorkomen of teniet doen van een overtreding (bestuursrecht);
het opleggen van een boete om de overtreder te straffen (bestuursrecht en strafrecht);
het wegnemen van wederrechtelijk genoten voordeel (strafrecht).
De sanctie- of interventiestrategie (bestuursrecht)
Is er sprake van een overtreding van milieu- of bouwregels of van verordeningen voor de ruimtelijke ordening of de leefomgeving, dan wordt de procedure van het stappenplan van het Gemeenschappelijk Kader Flevoland gevolgd. Voor een overtreding van overige wetgeving geldt onderstaande gemeentelijke strategie. Bij uitzonderlijke overtredingen kan de vergunning worden ingetrokken.
Zachte aanpak
Bij de “zachte” aanpak maakt de toezichthouder een mondelinge of schriftelijke afspraak met de overtreder om de afwijking van de voorschriften niet groter te laten worden of de afwijking teniet te doen. Voorbeeld: geconstateerd is dat wordt gebouwd zonder omgevingsvergunning. Met de overtreder kan dan afgesproken worden de bouw te staken in afwachting van een adequate omgevingsvergunning. Lukt het niet een dergelijke afspraak te maken dan volgt de “harde” aanpak.
Harde aanpak
Bij de “harde” aanpak neemt het college van burgemeester en wethouders de volgende stappen:
vooraankondiging last onder bestuursdwang/dwangsom;
besluit tot het opleggen van een last onder bestuursdwang/dwangsom met begunstigingstermijn;
het uitvoering geven aan de aangekondigde last onder bestuursdwang/dwangsom.
Intrekken vergunning
Het intrekken van de vergunning is een ultimum remedium. Dit middel kan bijvoorbeeld worden ingezet als blijkt dat door het stellen van voorwaarden niet aan (nieuwe) voorschriften kan worden voldaan of van pertinente weigerachtigheid aan voorwaarden van de vergunning te willen voldoen.
De sanctie- of interventiestrategie (bestuurs- en strafrecht: boetes)
Wet milieubeheer, bouwen, ruimtelijke ordening en leefomgeving
Het college van burgemeester en wethouders legt voor overtredingen van milieu- of bouwregels of van verordeningen voor ruimtelijke ordening en leefomgeving, op basis van het regionaal stappenplan van het Gemeenschappelijk Kader Flevoland 2013 boetes op. Voor middelzware en zware overtredingen en criminaliteit is dat echter een zaak voor het Openbaar Ministerie.
Leefomgeving
De Buitengewone opsporingsambtenaar (Boa) in dienst van de gemeente treedt met de bestuurlijke strafbeschikking op tegen veel voorkomende en overlast veroorzakende, lichte overtredingen van de Algemene plaatselijke verordening (Apv) en de Afvalstoffenverordening (Asv). Leidend hierin is de top 10 van overlastfeiten. De strafbeschikking is gebaseerd op de Wet OM-afdoening. Het Centraal Justitieel Incassobureau handelt de boete af.
Overige regelgeving
Als de situatie daar aanleiding toe geeft kan de Boa ook met boetes tegen overtredingen van andere dan bovengenoemde regelgeving optreden. Voorbeelden zijn clandestien bouwen en overtredingen van gebruiksbepalingen van een bestemmingsplan. Deze boetes zijn gebaseerd op de Wet op de economische delicten. Ook de politie kan in een dergelijk geval proces-verbaal opmaken. Het Openbaar Ministerie draagt zorg voor de vervolging van de overtreder.
4.1.4 Gedoogstrategie
In uitzonderingsgevallen en na een zorgvuldige en kenbare belangenafweging kan overgegaan worden tot gedogen. Daarbij wordt het Gemeenschappelijk Kader Flevoland 2013 in acht genomen. Voor gedogen wordt een beschikking met voorwaarden en een eindtermijn opgesteld.