5.2.1 Last onder dwangsomHet college van burgemeester en wethouders heeft de bevoegdheid om een last onder dwangsom op te leggen. Een last onder dwangsom kan, afhankelijk van de omstandigheden, in uitzonderingsgevallen, zonder voorafgaande waarschuwing worden opgelegd. Vaak wordt echter een termijn voor herstel geboden. Indien hiervan geen gebruik wordt gemaakt is de overtreder verplicht tot betaling van de last (een geldsom).
In de praktijk wordt dit instrument eerder ingezet dan een last onder bestuursdwang (zie hieronder). In de last moet de te betalen geldsom en het maximaal te verbeuren bedrag duidelijk zijn aangegeven. De dwangsom kan ineens worden opgelegd of per tijdseenheid (bijvoorbeeld per dag of week) of per overtreding. In het Gemeenschappelijk Kader Flevoland 2013 zijn standaard dwangsomhoogten en hersteltermijnen vastgelegd (sanctiestrategie).
5.2.2: Last onder bestuursdwang
Het college van burgemeester en wethouders heeft de bevoegdheid om een last onder bestuursdwang op te leggen. Een last onder bestuursdwang is net als een last onder dwangsom een herstelsanctie. Herstelsancties hebben tot doel de overtreding (geheel of gedeeltelijk) ongedaan te maken, te beëindigen of de gevolgen van de overtreding weg te nemen/te beperken. Aan de toepassing van bestuursdwang gaat een hersteltermijn vooraf. Bij het niet naleven van de last onder bestuursdwang, zal de gemeente zelf optreden en de kosten verhalen op de overtreder tenzij deze kosten redelijkerwijze niet of niet geheel ten laste van de overtreder behoren te komen. Een last onder bestuursdwang bevat de te nemen herstelmaatregelen, de begunstigingstermijn en de door de overtreder te betalen kosten.
5.2.3 Intrekken van een begunstigende beschikking
De gemeente kan, als daar aanleiding voor is, een beschikking geheel of gedeeltelijk intrekken. Reden hiervoor kan zijn als er sprake van misbruik is of gedurende een bepaalde periode geen gebruik meer wordt gemaakt van een vergunning. Ook gewijzigde beleidsinzichten of verandering van omstandigheden kunnen hiervoor ook aanleiding zijn.
De intrekking van een vergunning hoeft niet het beoogde resultaat op te leveren, omdat de activiteit ook zonder vergunning kan worden voortgezet. De intrekking kan in een dergelijk geval worden gevolgd door bestuursdwang of het opleggen van een dwangsom.
5.2.4 Bestuurlijke strafbeschikking
De bestuurlijke strafbeschikking (geldboete) wordt door een Buitengewoon opsporingsambtenaar (Boa) opgelegd bij overtredingen van de Algemene plaatselijke verordening, de Afvalstoffenverordening of de Wet Mulder (parkeerovertredingen). Dit is ook een probaat middel om herhaling van een overtreding te voorkomen. De bestuurlijke strafbeschikking is op het strafrecht gebaseerd. Uitvoering ervan valt onder het Openbaar Ministerie en onttrekt zich daarmee formeel aan bemoeienis van het college van burgemeester en wethouders.
In 2014 is uit alle overtredingen die de Boa’s kunnen bestraffen met een bestuurlijke strafbeschikking een top 10 samengesteld. Hierbij is gebruik gemaakt van het burgerpanel. Deze top 10 is leidend voor de werkzaamheden van de Boa’s. Dit wil echter niet zeggen dat overtredingen buiten de top 10 niet gehandhaafd worden door de Boa’s.
5.2.5 Proces-verbaal
Een daartoe bevoegde Boa of de politie kan op grond van de Wet op de economische delicten (Wed) proces-verbaal opmaken tegen tal van overtredingen van de Wabo of daaraan verbonden wetgeving. Dat zijn bijvoorbeeld overtredingen van bestemmingsplannen of het Activiteitenbesluit.